donderdag 18 juni 2009

Quantum-mystiek

Quantum-mechanica* beschrijft hoe materie zich gedraagt op hele kleine schaal - en dat is wezenlijk anders dan zoals de dingen zich gedragen op een meer menselijke schaal. Quantum-mechanica is zeer vreemd. Ik denk dat we bijvoorbeeld allemaal wel eens gehoord hebben dat volgens de quantum-mechanica licht zowel deeltjes als golven kunnen zijn. En dan hebben we het nog niet gehad over exotische zaken als quantum-tunelling en verstrengeling (entanglement). Quantum-mechanica is mysterieus, slechts weinig mensen weten wat het echt inhoudt, maar het werkt wel. Het feit dat je dit kunt lezen bewijst het: elke moderne computer zit vol met technologie die gebaseerd is op quantum-effecten.

Deze combinatie is precies wat quantum-theorie ook geschikt maakt voor misbruik om allerlei mystieke zaken mee te verklaren. Quantum-theorie wordt gebruikt om geloofwaardigheid te geven aan de meest uiteenlopende ideeën:

  • Bewustzijn wordt veroorzaakt door quantum-effecten

  • God gebruikte quantum-effecten om evolutie bij te sturen

  • Telepathie werkt via quantum-effecten

  • Via quantum-effecten kun je de wereld naar je hand zetten door het simpelweg te willen


Ik noem dit soort verklaringen "quantum-mystiek". De gedachtegang lijkt ongeveer als volgt te gaan: "Dit verschijnsel is mysterieus, quantum-mechanica ook, dus ze zullen wel wat met elkaar te maken hebben. Bewijs maar eens dat het niet zo is!"

Maar er zijn meer redenen die quantum-mechanica een favoriet maken bij het uitleggen van allerhande mysterieuze zaken. Hiervoor moet ik eerst wat uitleggen over quantum-mechanica - voor zover ik het zelf begrijp, uiteraard. Mochten er echte quantum-fysici meelezen, correcties en aanvullingen zijn natuurlijk altijd welkom.

Laat ik beginnen bij het beroemde dubbele-spleet experiment: een laser stuurt licht af op twee uiterst dunne spleten. Het is al langer bekend dat licht zich als golven kan gedragen. De spleten zijn zo smal en staan zo dicht opeen dat er interferentie tussen die golven optreedt. Aan de andere kant van de spleten is een scherm geplaatst, waarop het interferentie-patroon te zien is.

Het begint vreemd te worden als de lichtbron zo wordt afgesteld dat er maar één lichtpakketje, oftewel een foton, tegelijk wordt uitgezonden. We gebruiken dan een lichtgevoelig scherm, zoals een fotografische plaat. Elk foton komt uiteindelijk op het scherm uit en laat daar een enkel stipje achter. Maar wat blijkt? De stipjes vormen nog steeds hetzelfde interferentie-patroon. Hoe kan dat? Hoe weet dat foton waar het heen moet om in het patroon te passen? Hoe kan één deeltje nou met zichzelf interfereren? Is het deeltje dan door beide spleten tegelijk gegaan?

De quantum-mechanica geeft ons wiskundige vergelijkingen om precies te voorspellen hoe het patroon op het scherm eruit komt te zien. Deze vergelijkingen beschouwen de waarschijnlijkheid van de locatie van een deeltje als een soort van golf-verschijnsel. Wat we daarmee kunnen uitrekenen is de kansverdeling van de mogelijke uitkomsten van een experiment, in dit geval de positie van een stipje op het scherm. Het is dus niet te voorspellen waar een enkel deeltje terecht komt, maar als je maar genoeg deeltjes gebruikt wordt het patroon duidelijk.

De wiskunde van de quantum-mechanica geeft ons echter geen echte antwoorden op de bovenstaande vragen - we kunnen het wel berekenen, maar daarmee begrijpen we het nog niet echt. We willen graag weten hoe we dit moeten interpreteren, hoe we het een verhaal moeten geven waarmee het wel kunnen begrijpen.

Er zijn vele verschillende interpretaties. Eén van de meest gangbare is de zgn. Kopenhagen-interpretatie. Het idee is dat het foton geen vastgestelde positie heeft zolang het onderweg is, maar is als het ware uitgesmeerd over de hele waarschijnlijkheid-golf. Op deze manier kan het foton door beide spleten tegelijk en kan interferentie plaatsvinden. Pas als de foton bij het scherm komt, moet er een keuze gemaakt worden: het foton kan alleen maar één stipje maken. Volgens de Kopenhagen-interpretatie klapt dan de golffunctie ineen en wordt dan de positie van het foton aan de hand van de kansverdeling gekozen.

Zoals gezegd, dit is slechts een interpretatie, simpel gezegd een verhaaltje om de wiskunde wat mee aan te kleden, of om ons een beetje een beeld te geven. We weten namelijk niet wat er echt tussen laser en scherm gebeurt, want zodra we dat proberen te ontdekken, verandert het experiment. Dit is een ander belangrijk principe in de quantum-mechanica: een waarneming kan de uitkomst veranderen.

We kunnen bijvoorbeeld een detector plaatsen achter één van de spleten, om te ontdekken of het foton door de ene of de andere spleet gegaan is. Je zou dan misschien verwachten dat het foton tegen de tijd dat het bij de detector komt al door beide spleten gegaan is en dus gewoon een interferentiepatroon veroorzaakt. In werkelijkheid verdwijnt echter het interferentiepatroon. Een mogelijke interpretatie is dat als we weten door welke spleet het foton gegaan is, het dus niet door alle twee tegelijk gegaan kan zijn. Dus treedt er ook geen interferentie op. Een andere interpretatie is dat een deel van de golffunctie al bij de detector eindigt en dus niet meedoet in de interferentie.

En hier komen we eindelijk bij de quantum-mystiek. We weten niet wat het foton precies doet tussen de laser en het scherm. We kunnen dat ook niet weten, want zodra we proberen ergens anders te kijken verandert het experiment en krijgen we andere uitkomsten. Dit betekent dat quantum-mechanica de opening is waar velen naar gezocht hebben om hun favoriete verschijnsel in te duwen. Zo kun je beweren dat telepathie op quantum-effecten berust en dat zodra je het bestudeert, het verschijnsel verdwijnt. Het klinkt heel plausibel: het geeft een wetenschappelijk klinkende verklaring voor telepathie en het verklaart meteen waarom de wetenschap nooit overtuigend bewijs van telepathie heeft kunnen vinden.

Jammer dat ze er nooit bij zeggen op welk quantum-verschijnsel telepathie gebaseerd zou moeten zijn, of op welke manier we het quantum-effect zouden verstoren bij onze waarneming.

Sommigen gaan echter nog verder. Volgens sommigen is het niet zozeer wat je meet dat het resultaat beïnvloedt, maar bewustzijn zelf: pas als een bewuste geest de waarneming gedaan heeft, klapt de golffunctie pas écht ineen. Je begrijpt dat dit idee helemaal koren op de molen is van degenen die een verklaring zoeken voor hun favoriete onderwerp. Telepathie is ook hier een goed voorbeeld. Hier komt ook het idee vandaan dat je puur door iets maar graag genoeg te willen de werkelijkheid kunt veranderen. Sterker nog, sommigen beweren dat God de ultieme observator zou zijn, die ervoor verantwoordelijk is dat de gecombineerde golffunctie van het heelal op de door hem gewenste manier ineen klapt. Zonder dat je het ooit zou kunnen bewijzen, natuurlijk.

Slechts weinigen zullen echter toegeven dat dit allemaal maar speculatie is, geen wetenschap. Meestal wordt een en ander met volle overtuiging uitgesproken, alsof het allemaal wetenschappelijk vast staat. Ik vraag me af hoeveel zich bewust zijn van het feit dat het ineenstorten van de golffunctie geen bewezen wetenschap is, maar onderdeel van een interpretatie. Dit terwijl er verschillende interpretaties bestaan die helemaal geen ineenstorting van de golffunctie erkennen. Een populair alternatief is bijvoorbeeld de veel-werelden interpretatie, waarbij elke mogelijke uitkomst voorkomt in een serie van alternatieve werelden (deze is dan weer populair bij Science-Fiction auteurs). Een ander is het idee dat het deeltje niet is uitgesmeerd, maar gewoon een baan heeft, die dan weer wel wordt bepaald door de golffunctie. Het deeltje heeft daarbij voor ons verborgen eigenschappen, die bepalen welk van de mogelijke posities het inneemt in bijvoorbeeld een interferentie-patroon. Een voorbeeld hiervan is de interpretatie van Bohm.

Het is belangrijk om te begrijpen dat al deze interpretaties wiskundig allemaal op hetzelfde neerkomen. Ook komen ze allemaal overeen met wat we zien in experimenten. We hebben nog geen manier bedacht om te testen welke van de interpretaties we moeten kiezen (al wordt daar wel aan gewerkt). Volgens sommigen zouden we het dan ook voorlopig moeten houden bij de "shut up and calculate"-interpretatie, oftewel: kop dicht en rekenen. Daarvan weten we tenminste dat het werkt.

Dus als iemand je weer eens probeert te overtuigen dat hun favoriete verschijnsel gebaseerd is op quantum-effecten, wees je er dan van bewust dat quantum-effecten de ideale manier zijn om je idee een wetenschappelijk sausje te geven, zonder een groot risico te lopen dat iemand doorheeft dat het helemaal geen wetenschap is.



* Ik weet dat "Quantum" tegenwoordig eigenlijk als "Kwantum" gespeld moet worden, maar ik weiger koppig daaraan mee te doen. Hadden de taalkundigen maar moeten overleggen met de natuurkundigen.

dinsdag 2 juni 2009

Wat is er mis met wetenschap?

Kennelijk ontbreekt er iets aan de wetenschap. Althans, dat is wat velen zeggen. Wetenschap biedt immers geen plaats aan homeopathie, handoplegging, astrologie, goden die zich met het dagelijks leven bemoeien, en nog vele andere paranormale en bovennatuurlijke zaken waar mensen graag in willen geloven. Waarom kan wetenschap niet gewoon open staan voor de mogelijkheid dat er meer is tussen hemel en aarde?

Het klinkt als een redelijke vraag. Waarom zou wetenschap al deze zaken bij voorbaat afwijzen, alleen maar omdat er wat bovennatuurlijke krachten bij betrokken zijn?

Zoals meestal ligt het toch wat ingewikkelder. De vraag hangt namelijk af van de aanname dat de wetenschap paranormale of bovennatuurlijke verschijnselen klakkeloos afwijst. Laten we die aanname dan eerst eens goed bekijken.

Wetenschap probeert een verklaring te vinden voor verschijnselen. Deze verklaringen worden dan weer getoetst aan experimenten en andere waarnemingen. Maar er zijn uiteraard vele mogelijke verklaringen, dus de wetenschap probeert de simpelste verklaring te vinden die klopt met de waarnemingen. Eén van de vuistregels is dat een verklaring zo min mogelijk ongefundeerde aannames moet hebben. Een plausibele verklaring die alleen gebruik maakt van reeds bekende verschijnselen heeft dus doorgaans de voorkeur boven een verklaring waarvoor onbekende krachten nodig zijn.

Je zou dus kunnen zeggen dat wetenschap inderdaad bovennatuurlijke krachten afwijst, want bovennatuurlijke krachten zijn immers per definitie onbekend aan de wetenschap. Maar daarmee ga je voorbij aan het feit dat de wetenschap in het verleden vaker onbekende krachten heeft bedacht om verschijnselen te verklaren, verschijnselen die niet te begrijpen waren met de tot dan toe bekende krachten. Denk dan bijvoorbeeld aan de zwakke en sterke kernkracht, die pas bedacht werden toen de sub-atomaire fysica resultaten opleverde die niet klopten met wat we tot dan toe wisten. Een recenter voorbeeld is donkere energie, waarvan we nog steeds niet precies weten wat het is en hoe het werkt, maar we hadden nou eenmaal een naam nodig voor wat het dan ook is wat de uitdijing van het heelal versnelt. Dus het introduceren van een nieuwe kracht is niet iets wat de wetenschap graag doet, maar soms kom je gewoon niet verder met wat je al had.

Dus er is helemaal geen reden dat de wetenschap niet ook een nieuwe kracht zou kunnen introduceren om een willekeurig paranormaal of bovennatuurlijk verschijnsel te verklaren.

Wat is dan het probleem? Waarom doet de wetenschap dit dan niet voor zaken als homeopathie, acupunctuur en mediums?

Omdat de wetenschap er nog steeds niet van overtuigd is dat deze verschijnselen wel echt optreden. En niet eens omdat de wetenschap het vertikt ernaar te kijken. Er zijn vele onderzoeken gedaan. De resultaten zijn echter doorgaans nogal zwak. Sterker nog, hoe strakker de studies geleid worden, hoe minder imposant de verschijnselen lijken te zijn. Het is veel waarschijnlijker dat er hier sprake is van mensen die zichzelf voor de gek houden - iets wat heel makkelijk is, zoals de wetenschap al wél heeft kunnen aantonen.

Ongetwijfeld zijn er mensen die dit lezen en direct de neiging krijgen om me allerlei artikelen te sturen van wetenschappers die het niet met me eens zijn. Bespaar je de moeite. Geloof me: ik weet dat die wetenschappers bestaan. Feit blijft dat het grootste deel van de wetenschap nog niet overtuigd is. En voordat je nieuwe krachten gaat introduceren, moet je toch eerst behoorlijk zeker weten dat dat ook echt noodzakelijk is.

Daar komt nog bij dat zelfs de mensen die wél geloven dat paranormale verschijnselen echt plaatsvinden het niet eens kunnen worden over hóe ze dan zouden moeten werken. De sterke kernkracht werd gevonden omdat iedereen het erover eens was dat iets moest zijn dat de kernen van atomen bij elkaar hield, tegen het afstotende effect van hun elektrische lading in. Ze wisten dus waar ze naar zochten. Voor de meeste paranormale verschijnselen, aan de andere kant, hebben echter zelfs degenen die erin geloven nog geen idee waar ze moeten beginnen met zoeken. De paranormale wetenschap wil maar niet van de grond komen.

De verklaring die je vaak hoort voor dit gebrek aan wetenschappelijke voortgang? Dat de wetenschap nu eenmaal niet geschikt is voor het onderzoeken van bovennatuurlijke zaken. De wetenschap bestudeert immers alleen natuurlijke oorzaken. Kennelijk bedoelen sommige mensen met "bovennatuurlijk" meer dan alleen "tot nog toe onbekend aan de wetenschap", zoals ik het tot nu toe stilzwijgen gebruikt heb. Kennelijk bedoelen ze echter eerder iets wat altijd buiten bereik van de wetenschap zal blijven, omdat het helemaal buiten de natuur staat.

Dus alweer mankeert er iets aan de wetenschap. Het ligt aan de wetenschap dat er geen bewijs gevonden wordt voor bovennatuurlijke verschijnselen.

Maar zijn verschijnselen als homeopathie, acupunctuur, telepathie, remote sensing, enzovoort, als ze echt bestaan, nou echt zo bovennatuurlijk, in de zin dat ze compleet buiten de natuur staan?

Natuurlijk niet. Al deze processen hebben uiteindelijk een wisselwerking met de natuurlijke wereld. Hoe zou dat ook anders kunnen? Alternatieve geneeswijzen worden bijvoorbeeld uitgevoerd door mensen. Uiteindelijk moeten ze ook een natuurlijk menselijk lichaam beïnvloeden. Dus als deze methoden echt werken, dan hebben de mechanismen die erbij betrokken zijn interactie met de natuurlijke wereld. Daarmee vallen ze dus toch minstens voor een deel binnen het werkgebied van de wetenschap. Er is verder ook geen reden om aan te nemen dat de wetenschap het spoor van zo'n mechanisme niet zou kunnen volgen, vanuit het bekende terrein naar het onbekende terrein.

Dus de wetenschap is helemaal niet ongeschikt voor het onderzoeken van paranormale of zelfs bovennatuurlijke verschijnselen. De argumenten van mensen die beweren van wel houden geen stand. Het is veel waarschijnlijker gewoon een smoes om niet te hoeven toegeven dat het bewijs voor een bepaald verschijnsel uiterst zwak is.

dinsdag 12 mei 2009

Daar gaat ons onderwijs

In een vraaggesprek met nu.nl pleit ChristenUnie fractieleider Slob voor het onderwijzen van het scheppingsverhaal in ons onderwijs:
“Alsof er geen andere theorieën en ideeën bestaan. Er zijn meer opvattingen over het begin van deze aarde dan alleen maar die ene die nu toevallig zwart op wit in de lesboeken wordt afgedrukt", aldus Slob.

Hij heeft helemaal gelijk. Er bestaan vele theorieën en ideeën. Genesis 1 bijvoorbeeld. Of Genesis 2. Of de scheppingsverhalen uit de Hindoeïstische Veda's. Of van de oude Grieken, de oude Egyptenaren, de oude Noren, Perzen, Aboriginals, Inuit, Inka's en nog vele, vele meer.

Maar geen van deze verhalen is ook maar in de verste verte gelijkwaardig aan wat er "toevallig" in de schoolboeken staat: evolutie. Voor geen van die andere ideeën is ook maar het geringste bewijs. Geen ervan is het resultaat van anderhalve eeuw aan wetenschap.

Slob zegt ook:
“Ik vind het belangrijk dat kinderen breed weten wat er aan opvattingen leeft”, aldus het Kamerlid.

Maar Slob wil helemaal niet dat kinderen al deze ideeën onderwezen worden. Hij wil alleen dat zijn eigen geloof meer erkenning krijgt en gezien wordt als equivalent aan de wetenschappelijke opinie. Ik ben dit soort dingen wel gewend van Amerikaanse politici, maar ik hoopte dat de Nederlandse politici wel beter zouden weten dan met dit soort voorstellen te komen.

DutchSkeptic stelde voor een beleefd en redelijk mailtje te sturen, dus heb ik het onderstaande gestuurd:

Geachte heer Slob,

ik las van uw interview op nu.nl en ik vind dat u groot gelijk heeft over het onderwijzen van het scheppingsverhaal. Het is hoog tijd dat iemand dit durft te zeggen. Eindelijk iemand die begrijpt dat het belangrijk is dat kinderen ook te horen krijgen dat de wereld geschapen is door het Vliegende Spaghetti Monster. Het is belangrijk dat ze weten dat er meer is dan die saaie, degelijke wetenschap, met zijn nadruk op empirisch bewijs en onafhankelijke bevestiging. We weten immers allemaal dat de wetenschap misleid is door het valse bewijs dat het Vliegende Spaghetti Monster geplaatst heeft. Met uw steun kunnen we iedereen eindelijk de waarheid vertellen, zodat de kinderen daarna zelf kunnen beslissen wat echt waar is. Dank u wel,

Moge Zijn Sauzige Sliert u aanraken,

met vriendelijke groet,

Deen
http://denkeensechtna.blogspot.com

Volgens mij betoon ik precies het respect dat verschuldigd is voor zo'n voorstel. Mocht ik antwoord krijgen, wat ik niet echt verwacht, dan voeg ik het hier toe.

zaterdag 18 april 2009

Fouten in schoolboeken

In de brochure "Evolutie of Schepping?" staat een hoofdstukje over "Fouten in schoolboeken". In mijn bespreking van dat gedeelte vroeg ik mij af:
Waarom worden Haeckels tekeningen nog steeds gebruikt? Geen idee. Gemakzucht? Omdat er geen auteursrechten meer op rusten? Omdat biologieboeken geschreven worden door algemene biologen, niet door embryologen?

Vandaag vond ik een artikel wat misschien een antwoord geeft op deze vraag: nieuwe tekstboeken blijken voornamelijk uit gerecycled materiaal uit oude tekstboeken te bestaan. Nu gaat het artikel in kwestie voornamelijk over de Amerikaanse markt, maar ik vraag me af of de Nederlandse markt wel zo verschillend is.

zondag 12 april 2009

De mens als kroon op de schepping

Na de morele gevolgen van evolutie wil ik het over een ander gevolg van evolutie hebben dat tot conflicten met religie leidt: de heroverweging van de mens als kroon op de schepping.

Lange tijd werd de mens gezien als de kroon op de schepping. In de Bijbel is het immers duidelijk dat de mens afzonderlijk van de andere dieren geschapen is en een speciale plaats kreeg toebedeeld in de wereld.

Evolutie leidt echter tot een totaal ander beeld: de mens staat niet apart van het dierenrijk, maar maakt daar gewoon deel van uit. We delen een gemeenschappelijke voorouder met de chimpansees, niet meer dan zo'n 5 tot 7 miljoen jaar geleden. Veel van wat we voorheen als typisch menselijk zagen treffen we ook in zekere mate bij chimpansees aan: emoties, gebruik van gereedschappen en zelfbewustzijn.

Toch is het ook voor aanhangers van evolutie blijkbaar moeilijk om het beeld van de mens als kroon op de schepping op te geven. De afbeelding rechts is een goed voorbeeld. Voor veel mensen is dit hét beeld dat ze bij evolutie krijgen: een lineaire progressie van aap tot mens. Zo wordt evolutie dan ook vaak onderwezen, als een lineaire progressie van primitief ééncellig leven, via meercellig leven, gewervelde dieren, vissen, amfibieën, reptielen, zoogdieren, en apen, tot je uiteindelijk bij de mens uitkomt.

Het is vrij begrijpelijk om de mens centraal te zetten wanneer je naar evolutie kijkt. Uiteindelijk willen we graag weten waar we zelf vandaan komen. Ook is het begrijpelijk dat we onszelf uiterst speciaal vinden. Het schetst echter wel een beeld alsof de mens het ultieme resultaat van evolutie is.

Helaas werkt evolutie zo niet. Het pad dat tot aan de mens geleid heeft zit vol kronkels, maar misschien nog belangrijker, zit ook vol aftakkingen. Het loont de moeite ook eens naar wat van die aftakkingen te kijken. De gedachte dat de mens de kroon op de schepping is wordt dan een stuk moeilijker vol te houden.

Om maar eens wat te noemen, mensen zijn niet bijster snel. Een beetje viervoeter van formaat loopt ons er zo uit. Mensen zijn ook niet bijzonder sterk. Een wedstrijdje armpje drukken met een veel kleinere chimpansee verlies je gegarandeerd. De menselijke zintuigen zijn ook al niet bijster goed ontwikkeld. Vergelijk ons zicht maar eens met dat van een kat, of dat van een roofvogel, ons reukvermogen met dat van een hond, of ons gehoor met dat van een uil. En ten slotte is een groot deel van de leefruimte op aarde voor ons afgesloten, waar andere levensvormen wel kunnen komen. Vogels beheersen het luchtruim en vissen de oceanen. Goed, we zijn beter in communicatie, samenwerken en plannen maken dan andere dieren, maar om daardoor dan maar meteen de titel "kroon op de schepping" op te eisen? Intelligentie is slechts één van de vele paden van specialisatie die geprobeerd zijn in de natuur. We moeten nog maar afwachten of dit pad wel zo succesvol zal blijken te zijn op de lange termijn. Haaien houden het bijvoorbeeld al heel wat langer uit dan de mens. Om over het succes van insecten nog maar te zwijgen.

Hier zit dan ook het conflict tussen evolutie en theïstische evolutie. Theïstische evolutie is het idee dat God de hand heeft gehad in evolutie, ofwel door het in gang te zetten, ofwel door het steeds bij te sturen, met de bedoeling om de mens te scheppen. Misschien is "conflict" hier een wat te sterk woord, want dit idee is niet direct in tegenspraak met de wetenschap, zolang als we tenminste aannemen dat God zijn inmenging goed voor ons verborgen houdt. Maar er is ook weer geen echte reden om God in evolutie in te voegen.

Tenzij je natuurlijk gelooft dat de mens de wél kroon op de schepping is, het voorbestemde eindpunt van evolutie. Dat is de enige reden om God op deze manier in te voegen in de theorie van evolutie.

Sommigen vinden theïstische evolutie een duidelijk voorbeeld dat geloof en wetenschap harmonieus kunnen samengaan. Toch zie ik dit juist als een voorbeeld van de wrijving tussen geloof en wetenschap. Theologisch gezien is theïstische evolutie misschien wel een logisch idee: het past binnen de huidige wetenschappelijke kennis en je kunt toch nog geloven dat God de mens naar zijn beeld geschapen heeft. Maar vanaf de andere kant bekeken, ziet het er toch wat minder harmonieus uit: wetenschappelijk bezien is theïstische evolutie namelijk compleet nutteloos. Het voegt enkel een onnodige en onbewezen aanname toe ("de mens is de kroon op de schepping") en geeft daar dan een onbewijsbare verklaring voor ("God stuurde de evolutie"). Als je dit "harmonie" noemt, bekijk je de relatie wel heel erg van één kant.

Meer over moraliteit en evolutie

Kort na mijn bericht over de morele gevolgen van evolutie kwam ik een artikel met de titel The end of philosophy tegen, geschreven door ene David Brooks. Het is niet bepaald een goed artikel, zoals we zullen zien, maar het is misschien een goede springplank om de discussie over moraliteit en evolutie voort te zetten.

De meeste mensen hebben een redelijk goed ontwikkeld gevoel voor moraal. De meeste mensen hoef je niet uit te leggen dat moorden slecht is. Zelfs als er geen wet tegen was geweest, zouden ze nog geen moord plegen. Wetenschappelijk onderzoek uit de psychologie en de sociologie wijzen zelfs uit dat we in de praktijk primair vertrouwen op dit gevoel voor goed en kwaad. In de meeste gevallen volgt rationeel nadenken pas achteraf. Maar waar komt dit gevoel voor goed en kwaad dan vandaan?

Niet uit de Bijbel, dat lijkt wel zeker. Neem bijvoorbeeld kindermishandeling. Volgens de tien geboden moet ook een kind dat mishandeld is hun ouders eren. Dit gaat compleet tegen ons gevoel voor moraal in. En terwijl wij mishandeling van weerloze kinderen door de mensen aan wiens zorg ze zijn toevertrouwd als één van de laagste misdaden beschouwen, is er echter geen gebod tegen kindermishandeling. Dit is slechts één voorbeeld, er zijn er vele. Uiteraard staat er ook veel in de Bijbel dat wel overeenkomt met ons gevoel voor moraal, anders was het boek nooit door velen gezien als een leidraad voor hun leven.

Een ander idee is dat dit morele besef geëvolueerd is, een idee dat al door Darwin geopperd werd. In mijn vorige bericht had ik al betoogd dat empathie en samenhorigheidsgevoel gunstige eigenschappen zijn voor een sociale soort als de mens. Het is goed mogelijk dat evolutie voor deze eigenschappen geselecteerd heeft. Maar het is duidelijk dat moreel besef ook een grote culturele component heeft - niet overal gelden dezelfde normen en waarden. Ook hier zou je kunnen spreken over een zekere evolutie, die niet genetisch maar cultureel van aard is. Culturen waarin de normen en waarden geen stabiliserende werking hebben zullen niet lang in stand blijven.

Uiteraard is dit soort morele evolutie allemaal nog lang niet zo goed onderbouwd als biologische evolutie. Normen en waarden fossiliseren immers niet. Toch is er veel steun voor dit idee binnen de wetenschap. Zo verklaart het waarom er variatie is in normen en waarden, maar ook waarom bepaalde sociale regels nagenoeg universeel zijn, zoals regels tegen diefstal en moord. Het verklaart ook waarom regels over gedrag binnen de groep vaak een stuk humaner zijn dan regels over gedrag tegen andere groepen: agressie binnen de groep is nadelig voor de groep, maar agressie tegen andere groepen kan de groep voordeel opleveren. Zo keurt bijvoorbeeld de Islam geweld af, maar wordt kennelijk een uitzondering gemaakt voor ongelovigen.

Terug naar David Brooks. Hij accepteert in zijn artikel duidelijk de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, die zeggen dat mensen voornamelijk hun evolutionair ontwikkeld gevoel gebruiken bij het nemen van morele beslissingen. In tegenstelling tot de mensen die denken dat evolutie tot onacceptabele normen en waarden leidt, denkt Brooks duidelijk dat evolutie tot redelijk goede normen en waarden leidt.

Hij maakt echter een grote fout wanneer hij zegt dat dat het einde van de filosofie zou betekenen, of het einde van rationeel nadenken over morele vraagstukken.

Gek genoeg maakt hij daarbij dezelfde denkfout als de mensen die evolutie verwerpen omdat ze denken dat evolutie het "recht van de sterkste" is: ook Brooks verwart is met zou moeten zijn.

Het feit dat we voornamelijk ons gevoel gebruiken voor morele vraagstukken en niet ons verstand, wil nog niet zeggen dat dat een goede zaak is. Het wil niet zeggen dat de gevoelsmatig genomen beslissingen ook echt moreel rechtvaardig waren. Als ons gevoel het altijd bij het rechte eind had, hadden we bijvoorbeeld helemaal geen wetenschap nodig.

We gebruiken vaak ons gevoel omdat we in de praktijk vaak geen tijd hebben om lang na te denken over een beslissing. Wanneer er echter wel tijd genoeg is, is het een goede zaak wel degelijk aandachtig na te denken over de mogelijke gevolgen van een beslissing. Ook kunnen we door kritisch na te denken (zowel vooraf of achteraf) besluiten onze gevoelens in een andere richting te ontwikkelen, zodat ons gevoel hopelijk volgende keer tot een betere beslissing zal leiden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat we moreel verplicht zijn regelmatig ons morele gevoel eens kritisch te bekijken.

Ter afsluiting nog een laatste reden waarom het artikel van Brooks niet echt geweldig is. Nadat hij beschreven heeft wat de wetenschap ontdekt heeft over hoe we moraliteit gebruiken in het dagelijkse leven, waar sluit hij zijn artikel mee af? Dat deze feiten een nieuwe uitdaging zouden moeten vormen voor de wetenschappers. Volgens mij weten ze dat al - waren die feiten niet van dezelfde wetenschap afkomstig?

maandag 6 april 2009

De morele gevolgen van evolutie

Veel bezwaren tegen evolutie hebben uiteindelijk weinig tot niets met wetenschap te maken. Uiteindelijk zijn de bezwaren meestal terug te leiden op de conflicten tussen evolutie en bepaalde religieuze ideeën. Zo spreekt evolutie bijvoorbeeld een letterlijke interpretatie van Genesis 1 en 2 rechtstreeks tegen.

Nu had ik al gezegd dat de meeste Christenen er niet meer zoveel moeite mee hebben om de Bijbel niet letterlijk te interpreteren, maar voor anderen heeft dit ernstiger gevolgen: als de Bijbel niet langer de autoriteit is op het gebied van de oorsprong van het leven, dan is ze ook niet langer de autoriteit op het gebied van moraliteit. Dus als ze de Bijbelse schepping moeten vervangen door evolutie, dan moeten ze ook de Bijbelse moraal vervangen door de evolutionistische moraal: het recht van de sterkste. Aangezien dit compleet onacceptabel is, moet evolutie dus verworpen worden en zelfs met alle mogelijke middelen bestreden worden.

Dit argument tegen evolutie is waar ik het in dit artikel over wil hebben. We zullen zien dat er vele redenen zijn waarom dit argument geen stand houdt.

Allereerst wil ik even opmerken dat de beoordeling van de waarheid van een fenomeen (in dit geval evolutie) aan de hand van de ongewenstheid van zijn gevolgen (in dit geval onaanvaardbare normen en waarden) een drogreden is (beroep op consequenties). Als dat niet zo was, dan zou ik moeten accepteren dat Sinterklaas bestaat, omdat ik anders zelf de cadeautjes moet kopen.

Ook wil ik even kort stilstaan bij de autoriteit van de Bijbel. Als de Bijbel geen autoriteit blijkt te zijn voor het ontstaan van het leven, is dit dan ook een reden om de Bijbel ook te verwerpen als morele autoriteit? Op zichzelf niet. Als ik in een boek over wereldgeschiedenis zie dat er veel dingen niet kloppen in het hoofdstuk over het oude Egypte, dan betekent dat niet noodzakelijk dat een later hoofdstuk over Perzië ook niet klopt. Het betekent natuurlijk wel dat ik de informatie in dat hoofdstuk extra kritisch zal lezen en het niet zonder meer zal accepteren tot ik nog meer over het oude Perzië gelezen heb in andere bronnen. Dus enige reden om zich zorgen te maken over de Bijbel als autoriteit in zijn algemeenheid lijkt me ook weer niet geheel onterecht. Maar daar wil ik hier verder niet teveel woorden aan vuil maken, dat is een heel onderwerp op zichzelf.

Waar ik het daarentegen wel over wil hebben is de volgende vraag: leidt evolutie nu echt tot zulke nare morele gevolgen? Daarvoor moeten we het eerst even over het "recht van de sterkste" hebben. Dit is een nogal ongelukkige vertaling van "survival of the fittest," wat op zichzelf al niet zo'n gelukkig gekozen zinsnede was. "Fittest" slaat hierin namelijk helemaal niet op wie het meest "fit" is in de zin van de beste lichamelijke conditie, maar op wie de beste "fit" heeft voor zijn omgeving, oftewel hoe goed een individu aan zijn omgeving is aangepast. En met "omgeving" bedoelen we niet alleen het landschap of het water, maar ook de plaats in de voedselketen en niet in de laatste plaats de andere individuen van dezelfde soort. Voor een groepsdier als de mens kan "fittest" dus betekenen dat een individu een sociaal en tot samenwerken geneigd karakter heeft, wat kan leiden tot een groter succes bij het grootbrengen van nakomelingen van de hele groep. Dus evolutie bestaat lang niet alleen uit het "recht van de sterkste", maar ook uit het "recht van de best samenwerkende".

Toch valt niet te ontkennen dat in de natuur de sterken wel vaak overwinnen ten koste van de zwakken en dat dat toch een belangrijk deel van evolutie is. Maar betekent dit dan ook dat als we evolutie als waar accepteren, dat we dan onze moraal hier ook op moeten baseren? Natuurlijk niet. De wetenschap die de evolutietheorie heeft ontwikkeld beschrijft hoe de natuur is, niet hoe die zou moeten zijn. Wij mensen hebben een intellect dat ons in staat stelt te kiezen om tegen de natuur in te gaan. We kunnen dus zelf kiezen of we toegeven aan onze neiging tot egoïsme, of dat we toegeven aan onze neiging tot het helpen van onze medemens. We hebben nu de welvaart en de technologie om zelfs de zwaksten in onze samenleving te helpen een menswaardig leven te leiden. Ook al zou dat tegen evolutie ingaan, geen weldenkend mens zal zeggen dat we hier dan maar mee moeten stoppen.

Uiteraard valt er nog veel meer over moraal te zeggen, maar dit artikel wordt al lang genoeg. Ik wil echter nog één ding toevoegen. Evolutie afwijzen niet omdat de bewijzen niet sterk genoeg zijn, maar omdat de gevolgen je niet aanstaan, is moreel geen sterke positie. Het betekent dat je liever je ogen sluit voor de werkelijkheid en jezelf voor de gek houdt dan de gevolgen het hoofd te bieden. Ik denk niet dat er een manier is om die houding moreel te verdedigen.