zondag 28 februari 2010

2012: Wat gaat er dan wel gebeuren?

Tot nu toe heb ik het vooral gehad over wat ik verwacht dat in 2012 niet gaat gebeuren. Ik verwacht geen energie vanuit het galactisch centrum, geen langsrazende onbekende planeet en geen plotselinge verschuiving van de polen van de aarde - zelfs geen nieuwe fase van het kosmisch bewustzijn (al was het maar omdat niemand schijnt te weten wat daarmee bedoeld wordt). Wat verwacht ik dan dat er in december 2012 wél gaat gebeuren?

Nu heb ik al uitgelegd dat ik niet denk dat er iets speciaals is aan december 2012. Het feit dat het dan een mooi rond getal is op de kalender van de Maya's, is net zo onbelangrijk als dat het in 2000 een mooi rond getal was op de onze. Waarom zou dat betekenen dat er dan iets speciaals moet gebeuren?

Maar dat betekent natuurlijk niet dat er helemaal niets gaat gebeuren. Er gebeurt altijd wel iets uitzonderlijks. Er is elk jaar wel ergens op de wereld een overstroming, aardbeving, vulkaanuitbarsting of een ander soort ramp. Het zou vreemder zijn als er in 2012 helemaal geen rampen zouden zijn. Het zou me dus niet verbazen als sommige 2012-aanhangers één van de rampen in of rond 2012 zullen aanwijzen als dé voorspelde ramp, bijvoorbeeld een aardbeving als die in Haïti. Anderen zullen misschien wel de onvermijdelijk daarop volgende benefiet-acties aanwijzen als bewijs van de volgende fase in de ontwikkeling van het kosmisch bewustzijn.

Ook worden er elk jaar nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo is het helemaal niet onwaarschijnlijk dat er rond 2012 nieuwe kometen ontdekt worden, of zelfs aard-achtige planeten rond andere sterren. Als dat gebeurt, dan lijkt het me niet onmogelijk dat deze door sommige Nibiru-aanhangers worden gezien als een vervulling van de voorspelling van de komst van Nibiru - zelfs al gaat deze voorspelling helemaal niet over een komeet, of over een planeet bij een andere ster.

Een andere reactie die we ongetwijfeld gaan zien, is dat mensen redenen gaan verzinnen waarom er niets gebeurd is. We zouden bijvoorbeeld te horen kunnen krijgen van sommige groepen dat ze de ramp hebben weten af te wenden dankzij hun gebeden of meditatie. Dat zou niet de eerste keer zijn dat zo'n smoes gebruikt werd. Of misschien hebben de buitenaardsen nog eens goed gekeken naar de mensheid en besloten dat we nog niet klaar zijn voor het volgende niveau in ons bewustzijn. Deze smoes wordt nu al gebruikt om te verklaren waarom we nog nooit aliens gezien hebben. Zo moeilijk is het dus niet te voorspellen dat deze van stal gehaald gaat worden om te verklaren waarom de Anunaki het in 2012 lieten afweten. Het is makkelijker om zulke achteraf-smoezen te bedenken dan toe te geven dat je het al jaren helemaal bij het verkeerde eind had.

Maar wat het waarschijnlijkste is dat gaat gebeuren, is dat de datum voor de "dag dat alles anders wordt" gewoon verschoven wordt. Waarom ik dat denk? Omdat dit al veel vaker gebeurd is. Nibiru zou bijvoorbeeld oorspronkelijk al in 2003 langskomen. Eén van de grondleggers van de Nibiru-mythe, Zachariah Sitchin, geloofde vanaf het begin al niet in een passage in 2012, maar denkt eerder aan 2085. Grote kans dat de Nibiru-aanhangers die datum zullen adopteren als 2012 op een teleurstelling uitloopt. Er zijn ook nu al mensen die latere data voorspellen voor het einde van de Maya-kalender, zoals bijvoorbeeld 2208. Ook al lijkt degene die deze alternatieve datum voorgesteld heeft zelf niet te geloven dat er dan iets bijzonders staat te gebeuren, het lijkt me maar al te waarschijnlijk dat er veel mensen zullen zijn die zich aan deze strohalm vast gaan klampen. Zelfs na 2012 zullen we niet van deze onzin af zijn.

Eeuwenlang al wordt het einde der tijden voorspeld. Het is een vast onderdeel van het geloof in veel religieuze stromingen dat we nu in de laatste dagen leven. Tot nu toe is er echter in al die tijd nog nooit één van deze voorspellingen uitgekomen. Uiteraard, als mensen maar lang genoeg doorgaan de "dag dat alles anders wordt" te voorspellen, dan krijgt er vanzelf ergens ooit eens iemand een keertje gelijk. Er zijn immers meer dan genoeg reële gevaren voor de mensheid. Hoewel de kansen op een nucleaire oorlog sinds de Koude Oorlog wat lijken te zijn afgenomen (al houden we Iran en Korea goed in de gaten), is er bijvoorbeeld altijd nog de mogelijkheid van een inslag van een asteroïde of komeet die groot genoeg is voor een wereldwijde ramp. En over enkele miljarden jaren wordt de aarde geroosterd wanneer de zon een rode reus wordt.

Maar voorlopig moet je me maar vergeven dat ik niet al teveel aandacht aan deze voorspellingen besteed. In het verleden behaalde resultaten zijn misschien geen garantie voor de toekomst, maar gezien het enorme gebrek aan succes van dit soort voorspellingen, moet zo'n voorspelling wel héél overtuigend bewijs meebrengen voor ik mijn huis ga verkopen en een bunker ga graven.

zondag 7 februari 2010

2012: Of toch 28 oktober 2011?

Hoewel iedereen zo zijn eigen ideeën heeft over wat er gaat gebeuren als de Maya kalender afloopt, weten we allemaal dat het in december van 2012 plaats gaat vinden. Of toch niet? In een paar reacties op mijn artikel over de Maya kalender werd gevraagd over een heel andere datum: 28 oktober 2011, meer dan een jaar eerder. Hoe zit dat dan, waar komt die datum dan vandaan? Ik had er nog niet van gehoord, maar ik ben het gaan uitzoeken.

Als je op internet op zoek gaat naar deze datum, kom je steeds twee namen tegen: Ian Xen Lungold en Carl Calleman. De eerste, Lungold (inmiddels overleden), is vooral bekend van zijn lezingen over de Maya kalender (je kunt er verschillende van op Youtube vinden), maar het meeste van zijn materiaal lijkt te zijn gebaseerd op de ideeën van Calleman, dus ik zal me hier op hem concentreren.

Calleman houdt er een vreemd stel ideeën op na. Aan de ene kant verwijst hij alle verhalen over Nibiru en pole shifts naar het rijk der fabelen. Ook lijkt hij te accepteren dat volgens de deskundigen de Maya kalender op 21 december 2012 afloopt, of althans het einde is van een Bak'tun. Maar volgens hem hebben ze het allemaal verkeerd: ze houden geen rekening met de spirituele betekenis van de kalender. Waarom? Volgens Calleman is de Maya kalender namelijk niet zomaar een manier om bij te houden welke dag het is, maar ook een weergave van de evolutie van het bewustzijn.

Volgens Calleman bestaat de geschiedenis uit negen perioden, die volgens hem overeen komen met de negen onderwerelden van de Maya's, of negen kosmische niveaus van bewustzijn. Waarom negen? Sommige tempels hebben negen lagen. Elke periode is daarbij een factor 20 korter is dan de voorgaande. De ontwikkeling van het bewustzijn gaat dus steeds sneller. Elke periode is verder weer in 13 delen opgedeeld: 7 dagen en 6 nachten. Hiermee heeft Calleman alle heilige getallen van de Maya's bij elkaar gepuzzeld tot iets wat volgens hem klopt met de wetenschappelijke feiten. Het begin van de eerste onderwereld was bijvoorbeeld het begin van het universum (16.4 miljard jaar geleden, waarbij hij er "maar" 2.7 miljard jaar naast zit), en het begin van de tweede komt overeen met het begin van complex leven (800 miljoen jaar terug - zo'n 200 tot 400 miljoen jaar te laat voor meercellig leven, maar zo'n 300 miljoen te vroeg voor echt complexe diersoorten).

De evolutie van het bewustzijn gaat volgens Calleman steeds sneller en zal binnenkort voltooid worden. Maar niet op 21 december 2012. Waarom niet? Omdat die dag op 4 Ahau in de Tzolkin kalender valt, en die dag astrologisch gezien de verkeerde energie zou hebben voor een voltooiing. Zijn alternatieve datum van 28 oktober 2011 valt echter op 13 Ahau, wat wel een geschikte dag is, met de juiste energie.

Hoe komt het dan dat de rest van de wereld denkt dat de Maya kalender op 21 december een Bak'tun afsluit? Ook daar heeft Calleman een verklaring voor: de Maya's zelf zaten er met hun kalender 420 dagen naast. Tegen de tijd dat de priesters daar achter kwamen, was het politiek echter niet meer mogelijk de kalender aan te passen. De priesters konden niet anders dan cryptische en vage hints achterlaten, die alleen Calleman kon ontcijferen. Als dat je in de oren klinkt als een soort van smoes achteraf, dan kan ik je daarin geen ongelijk geven.

Daarnaast beweert Calleman dat een Maya sjamaan met de naam Don Alejandro Perez Oxlaj bevestigt dat 21 december 2012 niet de einddatum is. Het enige wat ik echter kan vinden dat Don Alejandro gezegd heeft, is dat 2012 niet het einde is, maar dat er geen einddatum is, dat het leven gewoon door zal gaan. Op zijn minst bevestigt hij nergens Calleman's alternatieve datum - anders had Calleman dat vast wel ergens duidelijk vermeld.

Ten slotte beweert Calleman dat zijn theorie wetenschappelijk bewezen is, omdat hij gebruikt kan worden om voorspellingen te doen. Zo beweert hij dat hij in een boek uit 2001 de huidige economische crisis voorspelde, die volgens hem op 19 november 2007 moest beginnen. Hoewel hij een zeer specifieke datum in november noemde, is het voor hem blijkbaar goed genoeg dat economen december van dat jaar als beginpunt aanwijzen. Welke voorspellingen hij nog meer gedaan heeft die niet zijn uitgekomen vertelt hij er natuurlijk niet bij. Alles bij elkaar zijn z'n voorspellingen meer astrologie dan wetenschap.

Moeten we de datum van 28 oktober 2011 nu serieus nemen? Ik meen van niet. Calleman heeft duidelijk compleet naar eigen inzicht ideeën van evolutie, numerologie, astrologie, New Age en Maya mythologie gecombineerd. Het bewijs wat hij ervoor aandraagt is mager, en komt vooral over als een poging de wereld met een schoenlepel in zijn theorie te proppen. En als Calleman toch gelijk heeft? Als het kosmisch bewustzijn in 2011 volgroeid is (wat dat dan ook mag betekenen)? Dan hoeven we ons in ieder geval geen zorgen te maken dat de wereld in 2012 vergaat.

zondag 13 december 2009

2012: pole shift

Het lijkt er soms een beetje op dat de aanhangers van de 2012-hype op zoveel mogelijk paarden tegelijk wedden, in de hoop dat er tenminste eentje wint: als de aarde niet ten onder gaat aan mysterieuze energieën in een galactische uitlijning, dan misschien wel aan een langsrazende planeet, of anders door bezoekende aliens - of een andere populaire mogelijkheid waar ik het nog niet over heb gehad: de "pole shift". Dit laatste zou een plotselinge en rampzalige verschuiving van de polen moeten zijn. Maar is dat niet ook een beetje een weddenschap op meerdere paarden?

Want wat wordt er nu eigenlijk precies bedoeld met die "pole shift"? We hebben namelijk twee sets polen: de magnetische en de geografische polen. De aarde draait om haar as, zoals we allemaal weten. De twee plekken waar deze denkbeeldige as uit de aarde te voorschijn komt zijn de geografische noord- en zuidpool. Maar de aarde heeft ook een magnetisch veld, en een magnetisch veld heeft ook een noord- en zuidpool. Dit zijn de magnetische noord- en zuidpool van de aarde, maar die liggen niet precies op dezelfde plek als de geografische noord- en zuidpool - daar kan maar zo een kilometer of duizend tussen liggen. (Sterker nog, eigenlijk zijn de noord- en zuidpool verkeerd om gedefinieerd. De noordpool van het aardmagnetisch veld is eigenlijk wat op een gewone magneet als een zuidpool wordt aangeduid. Maar dat terzijde.)

Dus als we het over een pole shift hebben, welke polen gaan dan precies verschuiven? En ten opzichte waarvan verschuiven die dan? Laten we de mogelijkheden eens langslopen.

Eén mogelijkheid is dat de aardas zelf verschuift. Maar net als dat een tol overeind blijft staan door het gyroscopisch effect, of dat je fiets haast vanzelf overeind blijft als je eenmaal een lekker vaartje hebt, zal ook de as van de aarde niet zomaar veranderen. De aarde is natuurlijk een erg grote en erg zware tol, dus de stand van de aardas te veranderen gaat niet zomaar. Wel is de aarde onderhevig aan precessie, maar dat is een erg langzame verandering, zo'n 26.000 jaar voor één rondwenteling. Ook blijft bij precessie de locatie waar de as door het oppervlak steekt gelijk - de as wijst alleen een andere kant op en de aarde die beweegt daarin mee. Er is echter ook een proces waarin de positie van de as ten opzichte van het aardoppervlak zelf verschuift. De aarde is namelijk niet precies bolvormig. Net als alle andere draaiende voorwerpen probeert de aarde zo te roteren dat de onbalans minimaal is. Hierbij kan de rotatie-as dus iets veranderen. Hoewel er aanwijzingen zijn dat dit zo'n 800 miljoen jaar geleden vrij snel gebeurde, is deze verschuiving van de polen tegenwoordig echter nog veel trager dan precessie: ongeveer één graad per miljoen jaar.

Voor een plotselinge en drastische wijziging in de aardas zou je enorme hoeveelheden energie nodig moeten hebben. Het enige wat we kennen dat zoiets voor elkaar kan krijgen waarvan we weten dat het voorkomt, zou een botsing zijn van de aarde met iets groots. Maar met een botsing van het formaat wat hiervoor nodig is, is een nieuwe stand van de aardas wel het laatste waar je je zorgen om zou moeten maken.

Een andere mogelijkheid is dat de polen zelf wel op hun plaats zullen blijven, maar dat het land wat nu boven de polen ligt daar overheen schuift. We weten nu dat de continenten inderdaad verschuiven. Via onze satellieten kunnen we bijvoorbeeld tegenwoordig meten dat de Atlantische oceaan elk jaar weer een paar centimeter breder wordt. Stromingen onder de aardkorst stuwen de tektonische platen waar de continenten op liggen voort, zodat ze op sommige plaatsen uit elkaar gedreven worden, en op anderen tegen elkaar aan, zodat ze gebergten opstuwen. Dit verklaart bijvoorbeeld de overeenkomsten tussen de geologie en de fauna van Afrika en Zuid-Amerika en zelfs de vorm van de kustlijnen: die zaten ooit aan elkaar vast, maar drijven nu van elkaar af. Het verklaart ook waarom we soms fossielen van tropische ecosystemen ver van de evenaar vinden: die gebieden lagen vroeger dichter bij de evenaar. Maar nogmaals, dit is een behoorlijk langzaam proces.

Maar voor deze theorie algemeen aanvaard werd, werden er ook andere verklaren voorgesteld. Eén daarvan was een idee van Charles Hapgood: dat de hele aardkorst in het verleden loskwam van de onderliggende lagen, en als één geheel plotseling verschoof. Dit idee wordt door weinig geologen nog serieus genomen, simpelweg omdat er geen bewijs voor is, terwijl het door weer ander bewijs wordt tegengesproken. Voor plaattektoniek is het bewijs juist overweldigend. Daarnaast kan het vele andere verschijnselen verklaren, zoals aardbevingen, die niet verklaard kunnen worden door de theorie van Hapgood. Ondanks dit alles wordt deze theorie toch gebruikt in de 2012 film, waar deze wordt aangeprezen door het personage Charlie Frost.

De laatste mogelijkheid is dat de magnetische polen verschuiven ten opzichte van de geometrische polen. En dat is zeker het meest waarschijnlijke scenario, want de magnetische polen verschuiven inderdaad voortdurend. De aarde is geen permanente magneet, zoals een staafmagneet. In plaats daarvan is het magnetisch veld van de aarde naar alle waarschijnlijkheid het gevolg van stromingen diep in de kern van onze planeet, die voornamelijk uit gesmolten metaal bestaat. Deze stromingen worden zelf weer beïnvloed door het magnetische veld, zodat allerlei ingewikkelde wisselwerkingen kunnen ontstaan. Daardoor varieert het magnetisch veld continu. Het blijkt zelfs mogelijk te zijn dat het veld binnen een betrekkelijk korte tijd zichzelf helemaal omkeert, zodat noord en zuid van plaats wisselen.

"Betrekkelijk kort" betekent echter nog steeds vele eeuwen. Recente computersimulaties van het aardmagnetisch veld hebben een omkering laten zien die zo'n 1200 jaar duurde, maar het gemiddelde ligt waarschijnlijk rond de 7000. Dat is een oogwenk op geologische schaal, maar kan verder toch nauwelijks een catastrofale gebeurtenis genoemd worden op een menselijke tijdschaal. Daarbij komt ook nog dat het alleen het magnetisch veld van oriëntatie verandert. Het oppervlak van de aarde blijft verder gewoon op zijn plaats, de aarde komt niet ondersteboven te staan en de aarde gaat ook niet de andere kant op draaien. Het is zelfs niet zo dat het magnetisch veld een poosje helemaal verdwijnt, om dan weer omgekeerd weer terug te komen, zoals te zien is op de animaties van de simulatie. Tijdens de omkering is waarschijnlijk het veld wel zwakker dan normaal, dus eventueel zijn we dan iets kwetsbaarder voor zonnestormen. Aan de andere kant is er in de fossiele geschiedenis geen bewijs gevonden voor extra uitstervingen ten tijde van de omkeringen, dus zo'n groot acuut gevaar zal dit nou ook weer niet zijn. Dus hoewel dit scenario het meest waarschijnlijk is, en de beste wetenschappelijke steun heeft, is ook dit scenario dus nauwelijks een plotselinge catastrofe te noemen.

Het vervelende is dat de aanhangers van de 2012 ramp-scenario's deze mogelijkheden niet uit elkaar kunnen (of willen) houden. Zo zul je vaak zien dat data over de beweging van de magnetische noordpool wordt gebruikt alsof het een voorbode is van een rampzalige verschuiving van de aardkorst, terwijl dat toch echt twee verschillende dingen zijn.

Is deze verwarring simpelweg het gevolg van onwetendheid? Of is het een bewuste poging pseudo-wetenschap wat op te leuken met echte wetenschap? Of wordt er opzettelijk vaag gehouden wat ze nu echt bedoelen met "pole shift", in de hoop dat er tenminste iets wat er op lijkt zal plaatsvinden in 2012?

zondag 8 november 2009

95 stellingen: niet-reduceerbaar complexe systemen

Behalve dat de 95 stellingen tegen evolutie vele reeds lang beantwoorde standaard-argumenten bevat, bevat deze ook een hoop onnodige herhaling. De stellingen met de nummers 03, 06, 07, 37, 38, 39 40, 72, 78, 88 en 89 zijn allemaal terug te leiden op één enkel bezwaar: sommige organen/organismen/systemen in de natuur zijn zo complex, dat alle onderdelen ervan aanwezig moeten zijn en op elkaar afgestemd moeten zijn, anders zou het geheel niet werken. En daarom kunnen ze nooit geëvolueerd zijn, want hoe kan dat alles allemaal in één keer goed ontstaan zijn? Het kan zelfs niet stapje voor stapje ontstaan zijn, want het werkt pas als het laatste stapje voltooid is. Dus moet er ergens een ontwerper zijn.

Van de 95 stellingen zijn er maar liefst elf van deze vorm. Dat is bijna 12 procent. Blijkbaar vinden ze dat dus een nogal belangrijk argument, dat ze het zo vaak herhalen. Dus daarom besloot ik dit argument eens apart onder de loep te nemen en te kijken of het steek houdt. Het is misschien aardig om daarbij als leidraad een vergelijking te gebruiken die bij de uitleg van stelling 03 vermeld wordt:
Wil een auto kunnen rijden, dan zijn er minimaal een motor, een koppeling, vier wielen en een stuurinrichting nodig. Dat een "primitieve oerauto" in een aanvankelijke "ontwikkelingsfase" ook zonder motor of zonder koppeling of zonder wielen zou hebben kunnen rijden, is even ondenkbaar als het denkbeeld dat de biodiversiteit van het aardse leven stapsgewijs zou kunnen zijn ontstaan.


Het eerste probleem is dat de meeste voorbeelden die gegeven worden niet echt onreduceerbaar complex zijn. Er bestaan wel degelijk wagens zonder motor of koppeling. Denk aan koetsen, trapauto's en handkarren. Tuurlijk, ze zijn niet zo makkelijk als wagens die door een motor worden aangedreven, maar met paard en wagen kun je meer vervoeren dan met een paard alleen - zelfs een handkar met maar twee wielen is beter dan niets. Op dezelfde manier is bijvoorbeeld het oog ook niet onreduceerbaar complex: overal in de natuur vindt je ogen zonder lens, of zonder iris. Tuurlijk, die zijn ook minder goed dan ogen met lens en iris, maar zijn nog altijd beter dan blindheid. Maar dat was juist het punt, niet? Blijkbaar is het dus wel degelijk mogelijk om stap voor stap verbeteringen toe te voegen aan het oog.

Ook hoeven onderdelen niet altijd hetzelfde doel gediend te hebben dat ze nu hebben. Stoommachines en verbrandingsmotoren werden al jaren toegepast in bijvoorbeeld gemalen en fabrieken, maar niet in auto's, want ze waren nog te groot en te log. Pas toen ze klein en licht genoeg waren werden ze ingezet om een wagen aan te drijven. De eerste auto's waren dus een nieuwe combinatie van twee reeds bestaande technologieën: verbrandingsmotoren en koetsen - en zo zagen ze er ook ongeveer uit. Op een vergelijkbare manier waren belangrijke onderdelen van de zweepstaart waarmee bacteriën zich kunnen voortbewegen, het zogenaamde flagellum, al langer in gebruik als een systeem om stoffen door het celmembraan te transporteren.

Om te begrijpen hoe een onreduceerbaar complex systeem toch kan ontstaan kunnen we misschien eens naar een nog recentere ontwikkeling van auto's kijken: elektronica. We weten dat de auto's zeg twintig jaar geleden best zonder konden. Maar auto's waarin elektronica de motor bijregelde werkten efficiënter. Op den duur werd er steeds meer gebruik gemaakt van elektronica, totdat tegenwoordig de hele motor door een computer wordt aangestuurd. Tegelijkertijd verdwenen er andere onderdelen, die overbodig geworden waren, omdat hun functie werd overgenomen door elektronica. Daardoor zal een auto tegenwoordig niet eens meer starten als je de motor-elektronica weghaalt: de elektronica is noodzakelijk geworden. Op een vergelijkbare manier kan bijvoorbeeld een symbiose ontwikkelen: een samenwerking kan eerst alleen een klein voordeel opleveren, maar naarmate er meer op de symbiose vertrouwd wordt, kan ook de afhankelijkheid toenemen, totdat de symbiose noodzakelijk is geworden. Voor gespecialiseerde organen als hart, longen en nieren geldt hetzelfde. Longen maken het bijvoorbeeld mogelijk om groter te worden dan wanneer je beperkt bent tot ademen door de huid, zoals bijvoorbeeld insecten doen. Maar als je eenmaal bent overgeschakeld naar longen, dan ben je daar dan ook 100% afhankelijk van geworden.

Uiteindelijk komt het hele argument hierop neer: wij kunnen ons niet voorstellen hoe dit stapsgewijs ontstaan is, dus is het onmogelijk. Alleen mag je die conclusie niet trekken. Een ander kan misschien wel voorstellen hoe dit gegaan kan zijn. Misschien kan daar zelfs bewijs voor gevonden worden. En in de meeste gevallen die door creationisten zijn aangedragen, is dat precies wat er gebeurd is. Bijvoorbeeld bij het immuunsysteem, of het mechanisme waardoor het bloed kan stollen.

Ongetwijfeld kunnen creationisten nog wel voorbeelden aandragen die nog niet helemaal zijn uitgezocht. Wetenschappers kunnen nu eenmaal niet overal tegelijk naar kijken en er is nu eenmaal tijd nodig om zulke complexe zaken te bestuderen. Ik zie echter niet in waarom het in die nieuwe gevallen niet net zo zal gaan als in alle voorgaande gevallen, waarbij de wetenschap uiteindelijk gewoon met een verklaring kwam. Maar als het aan de creationisten lag, zouden wetenschappers het gewoon op moeten geven. In plaats van deze systemen te bestuderen, proberen te begrijpen hoe ze werken en hoe ze ontstaan zouden kunnen zijn, zouden ze vertwijfeld de handen moeten opsteken, roepen dat het onmogelijk is, dat evolutie totale onzin is, en dat "God" het enige juiste antwoord is op alle vragen. Als we naar de creationisten hadden geluisterd, hadden we nooit geleerd wat we nu allemaal weten. En dat vind ik nog het meest verwerpelijke aan dit hele argument.

95 stellingen: is macro-evolutie onmogelijk?

Onlangs besprak ik het 95 stellingen project, een nieuw offensief tegen de evolutie en de wetenschap uit naam van het geloof. Het ging me er daar vooral om aan te tonen dat de 95 stellingen vooral bestaan uit standaard bezwaren die creationisten al jaren aandragen en waar ook al jaren antwoorden op bestaan. Maar sommige van die bezwaren verdienen wat meer aandacht. Niet zozeer omdat die bezwaren een echte uitdaging voor evolutie zijn, maar omdat ze een goed leermoment vormen. Zo ook het onderwerp van vandaag, het onderwerp van de allereerste stelling: is macro-evolutie onmogelijk?

Creationisten laten zich soms van hun welwillendste kant zien en geven dan toe dat micro-evolutie misschien wel mogelijk is: kleine wijzigingen binnen de soort. Maar daar houdt de welwillendheid dan ook op. Honden blijven honden en vinken blijven vinken: evolutie kan de soortgrens niet doorbreken, macro-evolutie is onmogelijk en nooit bewezen.

Maar wat ze er praktisch nooit bij vertellen is wat dan precies die grens tussen soorten is, of op welke manier die grens macro-evolutie onmogelijk zou maken. Laten wij dat dus eens wel vertellen.

Allereerst moeten we een definitie van "soort" hebben. Een veelgebruikte definitie is die van Ernst Mayr: een soort is een zich onderling voortplantende of mogelijk voortplantende natuurlijke populatie, die zich normaal gesproken niet voortplant met andere daarvan geïsoleerde groepen. Zo zijn paarden en ezels dus verschillende soorten, want in de natuur zullen ze niet paren. Wanneer ze dat in gevangenschap toch doen, is het resultaat doorgaans onvruchtbaar.

Deze definitie is niet perfect. Deze definitie werkt bijvoorbeeld niet voor eencelligen, maar alleen voor zich seksueel voortplantende populaties. Ook kunnen andere definities voor iets andere soortgrenzen zorgen. Voor het nut van deze discussie voldoet hij voorlopig echter prima. De definitie laat ook zien dat de grens tussen soorten vaak niet absoluut is. Sommige soorten, zoals ijsberen en bruine beren, leven voldoende apart van elkaar en in voldoende verschillende omstandigheden dat ze ook zelden paren, maar ze kunnen wel degelijk vruchtbare nakomelingen opleveren. De soorten zijn echter zo verschillend en vermenging zo zeldzaam dat we ook hier toch gerust van twee aparte soorten kunnen spreken. Maar het geeft wel aan dat de natuur zich niet zo makkelijk in duidelijke hokjes laat indelen.

Het wordt nog interessanter wanneer we naar het verschijnsel van ringsoorten kijken. Een bekend voorbeeld wordt aangetroffen onder de meeuwen. De zilvermeeuw, die ook in Nederland voorkomt, kan zich zonder problemen vermengen met zijn naaste verwant, de Amerikaanse zilvermeeuw. Deze kan zich op zijn beurt vermengen met de Oost-Siberische zilvermeeuw, welke zich weer kan voortplanten met de Siberische meeuw. Deze laatste kan zich dan weer vermengen met de kleine mantelmeeuw, die weer ook in Nederland voorkomt. Maar op de afbeelding rechtsboven kun je duidelijk zien dat kleine mantelmeeuwen (achter) en zilvermeeuwen (voor) er duidelijk anders uitzien. Ze kunnen zich ook niet onderling voortplanten. Dus we hebben nu een hele ring van soorten, waartussen we geen duidelijke soortgrenzen kunnen trekken, maar tussen de uiteinden van de ring is wel degelijk een duidelijke grens.

Wat hebben we hieraan voor het antwoord op de vraag of macro-evolutie mogelijk is? Allereerst toont het aan dat de grens tussen soorten vaak erg vaag is, soms zelfs zo vaag dat je niet kunt zien waar de ene soort begint en de andere ophoudt. Als de verschillen tussen soorten maar klein genoeg is, is het dus wel degelijk mogelijk om dit soort "grenzen" te overbruggen.

Een creationist zal dan misschien zeggen dat dat dan dus geen aparte soorten zijn. Maar tussen de uiteinden van de ring zit wel degelijk een duidelijke grens, dus we kunnen ook niet zomaar zeggen dat het om één enkele soort gaat. Ringsoorten laten bovendien zien dat deze kleine, steeds overbrugbare verschillen kunnen oplopen tot het punt dat de verschillen niet meer te overbruggen zijn.

De misvatting dat macro-evolutie niet mogelijk is, komt door de misvatting dat om een nieuwe soort te creëren, een individu in één keer zoveel mutaties moet krijgen dat deze als een aparte soort te beschouwen is. Dat zou praktisch nooit voor kunnen komen. En als dat toch gebeurt, dan heeft dit individu geen partner met precies dezelfde mutaties om zich mee voort te planten, dus de nieuwe soort zou meteen uitsterven. Daaruit zou je dan kunnen concluderen dat zich nooit nieuwe soorten kunnen vormen.

Jammer genoeg voor de creationisten werkt soortvorming zo niet. Het is duidelijk dat kleine variaties binnen een soort mogelijk zijn, want die variaties zien we overal om ons heen bij mens en dier. Zolang die variaties niet te groot zijn, kan de soort zich prima voortplanten, zelfs als hier en daar onvruchtbare combinaties van individuen zijn. Bij seksuele voortplanting worden bovendien de eigenschappen van beide ouders gemengd, wat de verschillen ook relatief laag houdt.

Maar als een deel van de populatie zich afsplitst van de hoofdgroep, bijvoorbeeld door zich op een afgezonderd eiland of continent te vestigen, dan is er geen vermenging meer om de verschillen tussen de twee populaties klein te houden. De ene groep kan zich nu anders ontwikkelen dan de andere, zeker als ze de leefomstandigheden ook nog verschillen. Na verloop van tijd kunnen net zoals bij de ringsoorten kleine verschillen zodanig oplopen, dat zelfs bij een hereniging geen vermenging meer optreedt. Misschien zien de leden van de verschillende groepen er niet meer aantrekkelijk genoeg uit voor elkaar om te willen paren, of ruiken ze verkeerd. Of misschien zijn ze niet eens meer onderling vruchtbaar. Het resultaat: je hebt nu twee soorten, waar er voorheen maar één was.

En nergens is er ook maar één individu door een "soortgrens" gegaan. In plaats daarvan is er als het ware een nieuwe grens ontstaan, waar die er eerst niet was.

Deze vorm van soortvorming heet allopatrische soortvorming en is slechts één van meerdere typen soortvoring. De natuur bevat vele voorbeelden van allopatrische soortvorming. De bekendste is misschien wel het ontstaan van nieuwe soorten vinken op de Galapagoseilanden, zoals Darwin ze gevonden had. Er is behoorlijk wat bewijs voor allerlei typen soortvorming, zowel in het lab als in het veld.

Creationisten zullen aandragen dat deze vinken nog altijd vinken zijn. Dat klopt, maar "vink" duidt dan ook niet een enkele soort aan, maar een hele familie van soorten. In de classificatie van soorten worden soorten gegroepeerd in geslachten. Deze geslachten worden dan weer gegroepeerd in families. Wanneer een soort zich in tweeën splitst, dan zijn beide soorten nog steeds lid van hetzelfde geslacht en van dezelfde familie. Dus wanneer een creationist zegt dat vinken nog steeds vinken zijn, dan weten ze ofwel niets van zelfs maar de grondbeginselen van classificatie, ofwel ze proberen opzettelijk verwarring te zaaien. Hoewel ik een combinatie van beide ook niet wil uitsluiten.

Het antwoord op de vraag of macro-evolutie onmogelijk is, moet dus duidelijk "nee" zijn. Er zijn kleine verschillen die geen barrière vormen tegen voortplanting, maar er is niets dat tegenwerkt dat deze kleine verschillen zich ophopen tot verschillen die wel te groot zijn voor voortplanting. Ringsoorten laten ons zien dat dit inderdaad mogelijk is. En in plaats van dat individuen door een soortgrens moeten gaan, is soortvorming het gevolg van populaties die zodanig van elkaar veranderen dat vermenging steeds moeilijker en zeldzamer wordt, tot het nauwelijks meer voorkomt - en dan heb je twee soorten in plaats van één.

Nee, de enige manier dat je kunt volhouden dat macro-evolutie niet mogelijk is, is als je compleet negeert wat soorten zijn en hoe evolutie echt werkt. En dat is precies wat creationisten doen.

woensdag 4 november 2009

2012: Aliens

Als je op zoek gaat naar informatie over 2012, duurt het niet lang of je komt buitenaardse wezens tegen. Wat hebben aliens allemaal te maken met 2012? En geeft dit de onheilsprofetieën voor 2012 nu echt meer geloofwaardigheid?

Bij het vorige artikel over Nibiru kwamen we zelfs al twee keer aliens tegen: de goden van de Soemeriërs zouden buitenaardse wezens zijn geweest, afkomstig van Nibiru, en weer andere aliens zouden telepathisch gegevens doorzenden over de komst van Nibiru.

Buitenaardse wezens als goden


Allereerst de buitenaardse wezens die goden werden. Het is een veelgebruikt thema in fictie: in het verre verleden wordt de aarde bezocht door buitenaardse wezens. Door hun haast magische niveau van technologie worden ze door de primitieve mensen voor goden gehouden. Terwijl de lokale bevolking ze als goden vereren, helpen de buitenaardsen de menselijke beschaving een stapje vooruit. En eindelijk weten we dan de oorsprong van de oude legendes.

Dit is leuke speculatie en je kunt er een vermakelijke film uithalen, maar er zijn mensen die serieus denken dat buitenaards bezoek in het verleden heeft plaatsgevonden. Het bekendste voorbeeld is misschien wel Erich von Däniken, met zijn boek "waren de goden kosmonauten?"

Wat voor soort bewijzen zijn er voor dit soort theorieën? Doorgaans zijn dat waslijsten van losstaande feiten die volgens de aanhangers niet passen in het verre verleden en op geen enkele andere manier te verklaren zijn: gebouwen die te precies gebouwd zijn, kalenders die te exact zijn, inscripties die op ruimteschepen lijken, verhalen van goden in vliegmachines, enzovoort.

Serieuze historici wijzen deze claims echter doorgaans af. Wat bijna alle elementen op deze lijsten gemeen hebben is dat ze behoorlijk uit hun context gehaald zijn. Piramides zijn bijvoorbeeld indrukwekkende gebouwen, maar hun voorlopers zijn overal in Egypte te vinden - inclusief de mislukkingen. En ook van de verhalen zijn doorgaans oudere varianten bekend, zodat we de geschiedenis van de gebruikte symboliek kennen. Veel van de zogenaamde niet passende feiten passen prima als je wat meer van de context weet.

En zelfs als er nog wat feiten overblijven die niet zo makkelijk te verklaren zijn, wil dat nog niet zeggen dat dat meteen bewijst dat aliens automatisch de beste verklaring zijn. Het is een nogal vergezocht idee om het op zulk wankel bewijs te kunnen baseren.

Voor de variant die het meest opduikt in de 2012-mythes moeten we echter bij Zecharia Sitchin zijn. Volgens hem waren de Anunaki, Soemerische en Babylonische goden, eigenlijk de bewoners van de planeet Nibiru, die de aarde bezochten telkens als Nibiru weer eens in de buurt was. Dit zou eens in de 3600 jaar voorkomen. Experts op het gebied van de Soemerische cultuur en taal zijn echter van mening dat deze concluses voornamelijk het gevolg zijn van vertaalfouten en het aloude "de wens is de vader van de gedachte"-principe.

Telepathisch contact


Het moet gezegd worden dat Sitchin zelf denkt dat Nibiru nog wel een jaartje of duizend wegblijft, maar er is toch aardig wat ophef over een op handen zijnde passage van Nibiru. Veel daarvan is terug te leiden op een zekere Nancy Lieder. Volgens haar werd er telepathisch contact met haar opgenomen door grijze aliens afkomstig van Zeta Reticuli. Ze bouwde een enorm aantal volgelingen op in haar online gemeenschap Zetatalk, waar ze uitlegde hoe een passage van Nibiru een ramp zou betekenen voor de aarde. Maar hoe waarschijnlijk is het nu dat ze ook daadwerkelijk echt in contact stond met aliens?

Allereerst is er geen bewijs dat er zoiets als telepathie bestaat. Zelfs als je het dubieuze bewijs accepteert voor wat vage zaken als raden aan welk plaatje iemand denkt, dan nog moet je toegeven dat er zeker geen enkel bewijs is voor hele telepathische gesprekken, compleet met complexe en abstracte denkbeelden.

Ten tweede, voor zover we weten is het niet mogelijk om informatie sneller dan het licht te versturen. Aangezien Zeta Reticuli zo'n 39 lichtjaar ver weg is, zit er tussen vraag en antwoord dus zo'n 78 jaar. Dus elk gesprek tussen ons en Zeta Reticuli zal nogal traag verlopen.

Maar het wordt alleen maar erger. Je zou verwachten dat deze zogenaamd geavanceerde aliens beschikken over geavanceerde wetenschappelijke informatie. Helaas is de informatie de deze aliens verschaffen dikwijls wetenschappelijk incorrect. Uiteindelijk is Nibiru ook niet in 2003 langsgekomen, zoals voorspeld was.

Alles bij elkaar genomen, is de kans nu echt groter dat aliens daadwerkelijk met een vrouw communiceren dan dat een vrouw dingen verzint, voor de lol, of voor aandacht? Of zelfs last heeft van hallucinaties of waandenkbeelden? Waarom zouden ze anders alleen met haar praten?

Maar er zijn nog anderen die met aliens zeggen te praten. Alleen niet met Lieber's aliens. Op deze Nederlandse site over 2012 (een tip van de 2012 pagina op startpagina.nl, waar overigens bar weinig kritische links te vinden zijn) kun je onder andere lezen over Sal Rachele, die zegt informatie door te krijgen van de Stichters. Het is een nogal onsamenhangende mix van new-age, Christelijke religie en pseudo-wetenschap. De Founders zouden hoger-dimensionale wezens moeten zijn, die het blijkbaar ook niet voor elkaar krijgen om met meer dan één persoon te communiceren. Maar volgens deze aliens ligt het gevaar in 2012 niet bij een passage van een planeet, maar in de energieën dij vrijkomen bij de uitlijning van zon, aarde en het midden van de melkweg. Die al in 1998 plaats had. Kennelijk kunnen de geavanceerdere rassen in het heelal het dus niet bepaald eens worden over het lot van de aarde.

Maakt dit de kans groter dat er dan toch zoiets bestaat als telepathisch contact met buitenaardse wezens? Nou, nee. Alweer gaat het om vage informatie, die vaak niet klopt, of anders totaal niet te verifiëren is. De informatie is regelmatig ook nog eens tegenstrijdig met dat wat anderen door zeggen te krijgen van andere aliens. Nog steeds is er geen bewijs dat telepathie werkt, en moeten we op het woord van één persoon vertrouwen dat er daadwerkelijk van telepathie sprake is. Van hallucinaties en vooral van behoefte aan aandacht weten we echter dat het bestaat en regelmatig voorkomt.

Dus wat is waarschijnlijker? Onbekende aliens of bekende menselijke tekortkomingen? Ik weet wel waar ik mijn geld op zou zetten. Nee, verhalen over aliens zijn leuk voor in de film, maar geen reden om te geloven dat er iets bijzonders gaat gebeuren in 2012.

dinsdag 27 oktober 2009

95 stellingen

Ik ben nog bezig met het artikel over 2012 en aliens, maar er kwam vandaag iets tussendoor. De groep achter het foldertje "Evolutie of Schepping" heeft namelijk weer eens een hobby-project: 95 stellingen. Hierin worden 95 bezwaren tegen de evolutietheorie opgesomd, die samen zouden moeten bewijzen dat evolutie niet kan kloppen.

Dit is een klassiek voorbeeld van een debatteer-techniek waarbij zoveel mogelijk bezwaren worden geuit in een zo kort mogelijke tijd. De opponent zal nooit al deze bezwaren binnen de beschikbare tijd kunnen weerleggen, zodat in de ogen van een argeloze toeschouwer deze het debat lijkt te hebben verloren.

Toch is Erik van .god.voor.dommen begonnen met een serie van weerleggingen van de 95 stellingen. Ik wens hem veel succes. Zoals hij zelf al aangeeft zal hij heel wat meer tekst nodig hebben om de stellingen te weerleggen dan nodig was om ze te poneren. Hij is in ieder geval redelijk voortvarend begonnen.

Ikzelf geef de voorkeur aan een andere aanpak. Er is namelijk een verdediging tegen deze spervuur-tactiek. De website TalkOrigins heeft al jaren een lijst met veelgebruikte claims can creationisten. Sommige beweringen kwamen zo vaak voor in debatten dat men besloten heeft ze te categoriseren en te nummeren en te voorzien van antwoorden. Bij een eerste vluchtige blik op de 95 stellingen vermoedde ik al dat ik veel van deze stellingen op deze lijst terug zou vinden. Als dat zo is, dan toont dat aan dat het hier inderdaad gaat om de spervuur-tactiek, waarbij een hoog aantal argumenten de plaats moet innemen van argumenten van enige kwaliteit en originaliteit.

Laat ik eens proberen of dat klopt:


  1. De verandering van levende wezens verdergaand dan hun soortgrens (macro-evolutie) door de vorming van nieuwsoortige organen of structuren werd nog nooit waargenomen en is absoluut onbewezen. → CB901


  2. Onderzoek brengt steeds meer onsystematisch verdeelde kenmerken van levende wezens aan het licht, zodat de hypothese van een stamboom van de soorten als weerlegd moet worden beschouwd. → CB822


  3. Voor de opbouw van niet reduceerbaar complexe systemen, zoals zij in de levende wezens voorkomen, is geen mechanisme bekend. → CB200


  4. In ongeveer 19 miljoen wetenschappelijke publicaties werden van 453.732 gedocumenteerde mutaties slechts 186 als voordelig ingedeeld, waarbij bij geen enkele een toename van genetische informatie plaatsvond. → CB101, CB102


  5. De bekende evolutiemechanismen mutatie, selectie, genoverdracht, combinatie van gensegmenten, genduplicatie en andere factoren zijn niet toereikend om nieuwe bouwplannen en functies te verklaren. → CB101.2


  6. De werkverdeling en wederzijdse afhankelijkheid van vele planten- en diersoorten in een ecosysteem (biodiversiteit) weerspreekt de voorstelling van een stapsgewijs ontstaan. → CB630


  7. Symbiose en slaafs gedrag van verschillende planten en dieren kunnen middels de bekende mechanismen van evolutie niet verklaard worden. → CB630 (dit is eigenlijk hetzelfde punt als de vorige stelling)


  8. Meer dan 3.000 kunstmatige mutaties bij de vruchtvlieg Drosophila melanogaster sinds 1908 hebben geen nieuwe, voordelige bouwplannen tot stand gebracht; de vruchtvlieg bleef altijd een vruchtvlieg. → CB910.1


  9. In toenemende mate blijkt, dat grote delen van het zogenaamde Junk-DNA, die men tot voor kort als "evolutionair afval" omschreef, wel degelijk bepaalde functies vervullen. → CB130


  10. Nieuwe onderzoeken maken aannemelijk, dat zogenaamde pseudogenen, die lange tijd als functieloos beschouwd werden, wel bepaalde functies hebben. → CB130 (min of meer hetzelfde als het vorige punt)


  11. De hoop in homeotische genen (stuurgenen) de sleutelgenen voor macro-evolutionaire processen gevonden te hebben, bleef onvervuld. → eindelijk eentje die niet op de lijst staat! Geen idee chter wat ze hiermee denken aan te kunnen tonen.


  12. Rudimentaire organen (halfklare of functieloze) organen zijn geen waardeloze overblijfselen van een ontwikkeling naar boven: De meeste van deze organen hebben een concreet nut, andere tonen degeneratie. → CB360, CB360.1


  13. Hoewel het biogenetisch principe van Ernst Haeckel (1834-1919) reeds gedurende zijn leven als vervalsing werd ontmaskerd, vindt men het tegenwoordig nog in veel schoolboeken! → CB701, CB701.1


  14. In veel schoolboeken worden getalsmatige veranderingen in de populaties van de peper- en zoutvlinder als voorbeeld voor evolutie beschreven. Hierbij kan niet eens van micro-evolutie gesproken worden. → CB910.2


  15. Alle DDT-resistente insecten zijn genetische varianten, die altijd al hebben bestaan en die altijd al tegen dit insecticide bestand waren. → CB110


  16. Het feit, dat bacteriën tegen antibiotica resistent kunnen worden, is geen voorbeeld voor ontwikkeling naar boven, omdat de mutaties, die daartoe leiden, in de regel een verlies van informatie in het genoom tot gevolg hebben. → CB102 (min of meer hetzelfde als stelling nummer 4)


  17. Het hiaat (stilstand) in het fossielenverslag toont aan, dat geen nieuwe vormen en organen ontstaan en dat de basissoorten in wezen gedurende de gehele geschiedenis van de aarde onveranderd zijn gebleven. → CB901.2


  18. Opdat een levend wezen een fossiel kan worden, moet het snel met sedimenten overdekt en van de lucht afgesloten worden, omdat het anders bederft of verrot. → CC363


  19. De overgangen (missing links) van vissen naar amfibieën, van amfibieën naar reptielen en van reptielen naar vogels en zoogdieren zijn ook na 150 jaar fossielenonderzoek niet gevonden. → CC212, CC213, CC214, CC215


  20. De zogenaamde cambrische explosie (het gelijktijdig optreden van de meeste soorten) weerspreekt de theorie, dat de levende wezens gemeenschappelijke voorouders hebben. → CC300, CC301


  21. Omdat door de natuurlijke erosie de continenten na 10 miljoen jaar tot op zeeniveau zouden zijn afgesleten, zouden zich op het vasteland geen steenlagen meer kunnen bevinden, die fossielen bevatten. → CD501


  22. De grootte van verschillende rivierdelta's toont aan, dat de rivieren hoogstens sinds enige duizenden jaren in de zee stromen, hetgeen een naar men zegt sinds miljarden jaren durend proces volstrekt weerspreekt. → CD210, CD220


  23. Bij de uitbarsting van de vulkaan Mount St. Helens in het jaar 1980 zijn geologische formaties ontstaan, die in hoge mate overeenstemmen met diegenen, die in een naar men zegt vele miljoenen jaren durend proces zouden zijn ontstaan. → CH581.1


  24. De eigenschappen van de sedimentlagen, die zichtbaar en voor onderzoek toegankelijk zijn, getuigen van korte en intensieve afzettingsprocessen. → CD220.1


  25. De laaggrenzen van geologische formaties vertonen in de regel geen of slechts in geringe mate oppervlakte-erosie, bioturbatie en humusvorming, hetgeen een hoge ouderdom van de lagen weerspreekt. → CD620


  26. Polystrate fossielen, dus boomstammen en fossiele dieren, die zich over meerdere geologische lagen uitstrekken, weerspreken een langzaam ontstaan van deze lagen. → CC331


  27. Het bestaan van zogenaamde levende fossielen doet gerechtvaardigde twijfel over de gangbare interpretatie van het fossielenverslag rijzen. → CB930


  28. Vondsten van menselijke gebruiksvoorwerpen in de aardlagen, die ouder zijn dan 2 miljoen jaar, doen vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de conventionele tijdtafels. → CC130


  29. De levensvatbare microben, die men vaak in oude zout- en steenkoollagen vindt, kunnen onmogelijk tot 500 miljoen jaar oud zijn. → Hey, nog een nieuwe. Misschien dat ik daar later nog eens apart naar kijk. Voorlopig hou ik het bij deze opmerking: het is inderdaad mogelijk dat deze bacteriën inderdaad geen 500 miljoen jaar oud zijn. Dat wil nog niet zeggen dat de aardlagen geen 500 jaar oud zijn.


  30. Nieuwe inzichten omtrent micro-evolutionaire soortenvorming (ondersoorten vorming) tonen, dat de soortenrijkdom van de fossiele zeedieren in het Nusplinger platenkalk in enkele tientallen jaren kon ontstaan. → CD203


  31. Nieuwe waarnemingen en berekeningen maken aannemelijk, dat de bekende granietdiapieren tot wel 100.000 maal snellen zijn ontstaan, dan tot nu toe werd aangenomen. → CD750, CD502


  32. "Vivum ex vivo" (Leven komt uitsluitend van leven) - deze door Louis Pasteur geformuleerde uitspraak is tot op heden niet weerlegd. → CB000


  33. Honderden zogenoemde Miller-experimenten (oersoep simulaties) konden het toevallig ontstaan van leven nog verklaren nog bewijzen. → CB025


  34. Laboratoriumexperimenten tonen, dat een toevallig ontstaan van DNA onder oersoepomstandigheden en zonder de hulp van een matrix (zoals een levende cel die biedt) niet mogelijk is. → CB010


  35. Aangezien zich in een denkbeeldige oersoep met zekerheid ook water bevonden heeft, is het onmogelijk, dat zich daarin lange aminozuurketens of zelfs complete eiwitten (proteïnen) zouden hebben kunnen vormen. → CB035.3


  36. Omdat voor de bouw van een levende cel uitsluitend linksdraaiende aminozuren geschikt zijn, is een toevallig ontstaan van cellen ondenkbaar. → CB040


  37. Er is geen mechanisme bekend, waarmee de correcte opvouwing van proteïnen mogelijk is. → CB010


  38. Een toevallig ontstaan van de juiste adressering van proteïnen in de cel is niet voor te stellen. → CB010


  39. Het mechanisme, dat de productie van proteïnen start en stopt, moet bij elke cel vanaf het begin foutloos zijn. → CB015


  40. Controle mechanismen in de cel werken elke soort overschrijdende ontwikkeling tegen, want het leven is fundamenteel op het behoud van de bestaande proteïnen (stasis) ingericht. → CB902.1


  41. Aangezien de resultaten van verschillende radiometrische meetmethoden bij hetzelfde gesteente systematisch aanzienlijk verschillen, moet bij de meetmethoden en/of hun waardebepaling een systematische fout aanwezig zijn. → CD010


  42. Metingen met een moderne Accelerator Mass Spectrometer (AMS) aan koolstofhoudende materialen zoals grafiet, marmer, antraciet en diamanten tonen een ouderdom van minder dan 90.000 jaar, desondanks wordt hen een vele miljoenen jaren hoge ouderdom toegeschreven. → CD011


  43. In gesteentelagen, die naar men zegt miljarden jaren oud zijn, kan men zirkonen vinden, die op basis van hun heliumgehalte waarschijnlijk slechts 4.000 tot 8.000 jaren oud zijn. → CD015


  44. Naast uranium-238 vervallen 52 andere elementen met een halfwaardetijd van enige microseconden tot enige duizenden jaren eveneens tot lood-206, waarmee in de berekeningen van de conventionele radiometrie geen rekening wordt gehouden. → CD002


  45. Indien men de radioactieve materialen tot op plasmatemperatuur verwarmt, zinkt de halfwaardetijd van bijvoorbeeld uranium-238 van 4,5 miljard jaar naar 2,09 minuten; dit weerspreekt de visie, dat de halfwaardetijden van radioactieve elementen constant zijn. → CF210


  46. De veel voorkomende uranium- en poloniumstralingspatronen in het graniet van het Paleozoïcum-Mesozoïcum verwijzen naar één of meerdere fasen van voorbijgaand versneld radioactief verval. → CF201


  47. De uit het binnenste van de aarde uittredende hoeveelheid helium is slechts 4% van de hoeveelheid, die men op basis van de eveneens uittredende warmte verwacht, hetgeen een ouderdom van de aarde van 4,5 miljard jaar weerspreekt. → CE001


  48. De gemeten continue afname van het aardmagneetveld wijst op een ouderdom van de aarde van minder dan 10.000 jaar. → CD701


  49. Indien de huidige processen van in- en uitvoer van zout in de wereldzeeën 3,5 miljard jaar geduurd zouden hebben, dan zouden de wereldzeeën 56 maal zoveel zout bevatten. → CD221.1


  50. Aan de hand van de hoeveelheid nikkel, die jaarlijks door de rivieren in de zeeën wordt getransporteerd en het huidige nikkelgehalte van de oceanen laat zich berekenen, dat de huidige processen sedert maximaal 300.000 jaar plaatsvinden. → CD221


  51. De bewering, dat er lange tijdsperioden nodig zijn, voor de vorming van olie, steenkool of versteend hout, werd experimenteel weerlegd. → CC361.1


  52. Aangezien er geen mechanisme bekend is, dat uit de zogenaamde singulariteit zou kunnen leiden, is het concept van de oerknaltheorie puur speculatief. → CE420 (Gaat niet over evolutie)


  53. Het ontstaan van sterrenstelsels kan binnen het kader van de oerknaltheorie niet worden verklaard. → (Gaat niet over evolutie)


  54. Ondanks een niet aflatende stroom van beweringen van veel kosmologen is het ontstaan van sterren nog steeds onopgelost. → (Gaat niet over evolutie)


  55. Hoe uit een gas- en stofschijf planeten kunnen ontstaan, is onduidelijk en in hoge mate omstreden. → (Gaat niet over evolutie)


  56. De verschillende oppervlakken van planeten en manen doen twijfel opkomen over de theorie, dat deze allen uit een homogene gas- en stofwolk zouden zijn ontstaan. → (Gaat niet over evolutie)


  57. Een 4,5 miljard jaar oud zonnestelsel is moeilijk voor te stellen, omdat enige planeten "reeds" na 10 miljoen jaar in chaotische banen kunnen geraken. → (Gaat niet over evolutie)


  58. De gemeten verandering van de afstand van de aarde tot de maan is zo groot, dat de maan bij een aangenomen ouderdom van 4,5 miljard jaar ongeveer 3,5 maal verder van de aarde zou moeten zijn verwijderd. → CE110 (Gaat niet over evolutie)


  59. Dat alle vier gasplaneten gelijktijdig ringen hebben, is opmerkelijk, aangezien deze ringen maximaal enkele 10.000den jaren oud kunnen zijn. → CE240 (Gaat niet over evolutie)


  60. In ons zonnestelsel bevinden zich veel minder kortperiodieke kometen, dan men in een miljarden jaren oud planetenstelsel zou verwachten. → CE261, CE261.1 (Gaat niet over evolutie


  61. Er bestaan in onze Melkweg veel minder supernova-restanten, dan in een vele miljarden jaren oude Melkweg zouden zijn te verwachten. → CE401 (Gaat niet over evolutie)


  62. Het systematische verschil in metalliciteit tussen ver verwijderde en nabijgelegen objecten, hetgeen volgens het model der oerknaltheorie zou zijn te verwachten, ontbreekt. → (Gaat niet over evolutie)


  63. De ongelofelijk nauwkeurige fijnafstelling van de verschillende natuurconstanten, die het aardse leven precies mogelijk maken, kan niet het resultaat zijn van blinde toeval. → CI301


  64. De kosmische microgolven-achtergrondstraling is veel gelijkmatiger, dan men volgens de oerknaltheorie verwacht. → CE420 (Gaat niet over evolutie)


  65. De huidige wetenschap onderzoekt onder het paradigma van de evolutie (macro-evolutie-, oersoep- en oerknaltheorie), waarvan de basisbegrippen niet bewezen kunnen worden. → CA202 (is deze zin eigenlijk wel grammaticaal correct?)


  66. Het gelukt niet, de wereld met zuiver natuurkundige grootheden te verklaren, want men weet niet, waar het natuurlijke ophoudt en het bovennatuurlijke begint. → CA301.1


  67. De evolutietheorie is van filosofische oorsprong (Verlichting, Rationalisme, Naturalisme) en daarom in wezen een religieus dogma met een wetenschappelijk jasje. → CA610


  68. Veel beweringen bij de evolutionaire psychologie blijken cirkelredeneringen of zijn zo vaag en algemeen geformuleerd, dat men hen slechts als geloofwaardig klinkende bedenksels kan beschouwen, die niet te bewijzen of te weerleggen zijn. → CA500, CB990, CA212


  69. De onderbouwing van de macro-evolutie met de combinatie van de factoren toevallige mutatie en noodzakelijke selectie is op grond van toevalsbegrippen per saldo steeds substantieloos, dat wil zeggen zonder zeggingskracht. → CA210


  70. Het causale evolutieonderzoek kan middels proefondervindelijke wetten (beschrijving van berekenbare en voorspelbare gebeurtenissen) onmogelijk een volgens haar eigen theorie toevallige, dus onberekenbare en onvoorspelbare ontwikkeling bewijzen. → CA211


  71. Overeenkomsten (homologe organen) zijn geen bewijs voor afstamming; zij tonen slechts, dat bij de verschillende levende wezens dezelfde basisprincipes worden toegepast. → CB821


  72. De constatering, dat er in de vrije natuur geen half klare ecosystemen bestaan en de meeste levende wezens een bijdrage aan het gemeenschappelijk welzijn van het totale ecosysteem leveren, weerspreekt een toevallige ontwikkeling. → CB630 (hadden we die niet al eens gehad?)


  73. De doelgerichtheid (teleologie) en planmatigheid, die in de ganse natuur herkenbaar zijn, weerspreken het dogma van het toevallig ontstaan van de ontelbare kosmische en biologische structuren. → CI120


  74. De vraag naar de zin van het leven kan vanuit de evolutieleer niet worden beantwoord. → CA620


  75. De in de natuur voorkomende ondoelmatige schoonheid kan met de naturalistische benadering niet verklaard worden. → (uhm, zei je niet net dat doelmatigheid in de ganse natuur herkenbaar is?)


  76. De in alle levensvormen aangetroffen code staat uitsluitend de conclusie tot een intelligente Auteur/Bron van deze informatie toe. → CB180


  77. Het concept, volgens welke de DNA-moleculen gecodeerd zijn, overtreft alle moderne menselijke informatietechnologieën verregaand en kan zich daarom niet toevallig uit levenloze materie hebben ontwikkeld. → CF003


  78. Het weten, hoe bijvoorbeeld DNA-moleculen kunnen worden geprogrammeerd, is niet voldoende, om leven te laten ontstaan; daartoe is bovendien de vaardigheid noodzakelijk, alle benodigde biomachines te kunnen bouwen. → CB015


  79. Omdat zinvolle informatie in essentie een niet-materiële grootheid is, kan zij niet van een materiële grootheid afstammen. → CB180


  80. De mens is in staat, informatie te scheppen. Aangezien deze informatie van niet-materiële aard is, kan zij niet afkomstig zijn van ons materiële deel (lichaam). → CB180


  81. De bewering, dat het universum alleen uit een singulariteit tevoorschijn gekomen zou zijn (wetenschappelijk materialisme), is in tegenspraak met de niet-materiële grootheid der informatie. → (we vallen wel een beetje in herhaling, niet?)


  82. Omdat alle theorieën van de chemische en biologische evolutie vereisen, dat de informatie alleen van materie en energie afkomstig moet zijn, kunnen wij concluderen, dat al deze concepten fout zijn. → CI010


  83. Uit de informatie volgens natuurwetten in het universum en de profetische informatie van de Bijbel laten zich bewijzen voor het bestaan van God afleiden. → CH110, CH130


  84. De zondvloedverhalen van alle oude culturen op alle vijf continenten getuigen ervan, dat in het verleden daadwerkelijk één of meer gigantische catastrofen hebben plaatsgevonden. → CG201


  85. De overblijfselen (vooral stenen gereedschap) van onze voorouders staan hoogstens enige duizenden jaren menselijke geschiedenis toe. → CC381, CB620


  86. Van de denkbeeldige gemeenschappelijke voorouder van aap en mens ontbreekt nog altijd elk spoor. → CC030, CC040


  87. Om uit een gemeenschappelijke voorouder een mens en een chimpansee te laten ontstaan, zouden minstens 75 miljoen "juiste" mutaties nodig zijn geweest, hetgeen hoogst onwaarschijnlijk is. → CB144


  88. Het rechtop lopen van de mens benodigt een gelijktijdig gecoördineerde verandering van meerdere eigenschappen in het skelet en de spieren, hetgeen een toevallige, richtingloze ontwikkeling weerspreekt. → CB340 (hoeveel variaties op het irreducible complexity thema hebben we inmiddels al gehad?)


  89. Het menselijk oog is een niet reduceerbaar complex systeem, dat Darwin reeds als mogelijk bewijs tegen zijn theorie aanvoerde.
    CA113_1, CB301


  90. Op basis van nieuwe onderzoeksresultaten staat vast, dat de plaatsing van de lichtgevoelige cellen in het menselijk oog in tegenstelling tot vroegere beweringen optimaal is ontworpen. → CB301


  91. Onderzoek van oude talen heeft getoond, dat deze aanvankelijk complexer waren en mettertijd eenvoudiger werden, wat een evolutionaire ontwikkeling naar boven weerspreekt. → CG110, CG111


  92. Onderzoek van zogenaamde bijna-dood-ervaringen toont aan, dat het bewustzijn van de mens onafhankelijk van het lichaam bestaat. → (Gaat niet over evolutie)


  93. De menselijke vaardigheid tot technische en kunstzinnige creativiteit wijst er duidelijk op, dat de menselijke geest zich niet uit materie kan hebben ontwikkeld. → CB420


  94. Geweten en ethiek kunnen zich onmogelijk ontwikkeld hebben in een miljoenen jaren durende genadeloze overlevingsstrijd. → CB411


  95. Het bestaan van het fenomeen liefde is moeilijk te verenigen met de denkbeelden van de evolutietheorie. → CB430



Zoals je kunt zien (als je het allemaal echt wil nalezen) zijn het grootste deel van de 95 stellingen inderdaad terug te leiden op de lijst van TalkOrigins. Veel ervan zelfs bijna letterlijk, bij andere is de link wat minder direct duidelijk. En in sommige gevallen gaat de stelling absoluut niet over evolutie, maar bijvoorbeeld over kosmologie, al zijn er in sommige van die gevallen toch antwoorden beschikbaar. Kortom, het zijn voornamelijk standaard argumenten waar deze groep mee komt, waar standaard antwoorden voor beschikbaar zijn. Alleen het hoge aantal stellingen laat het lijken alsof er iets van substantie aanwezig is - en wie gaat er al die stellingen nalopen, als hij of zij geconfronteerd wordt met zulk overweldigend bewijs?

(Ik, blijkbaar...)

Uiteindelijk is er natuurlijk een achterliggende reden dat deze groep deze 95 stellingen op een nietsvermoedend publiek probeert te dumpen: ze geloven dat als ze maar genoeg bewijzen tegen evolutie verzamelen, ze dan automatisch bewijs hebben voor hun eigen geloof. Ik heb daarop maar één ding te zeggen: CA510.1.