Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

zondag 8 november 2009

95 stellingen: niet-reduceerbaar complexe systemen

Behalve dat de 95 stellingen tegen evolutie vele reeds lang beantwoorde standaard-argumenten bevat, bevat deze ook een hoop onnodige herhaling. De stellingen met de nummers 03, 06, 07, 37, 38, 39 40, 72, 78, 88 en 89 zijn allemaal terug te leiden op één enkel bezwaar: sommige organen/organismen/systemen in de natuur zijn zo complex, dat alle onderdelen ervan aanwezig moeten zijn en op elkaar afgestemd moeten zijn, anders zou het geheel niet werken. En daarom kunnen ze nooit geëvolueerd zijn, want hoe kan dat alles allemaal in één keer goed ontstaan zijn? Het kan zelfs niet stapje voor stapje ontstaan zijn, want het werkt pas als het laatste stapje voltooid is. Dus moet er ergens een ontwerper zijn.

Van de 95 stellingen zijn er maar liefst elf van deze vorm. Dat is bijna 12 procent. Blijkbaar vinden ze dat dus een nogal belangrijk argument, dat ze het zo vaak herhalen. Dus daarom besloot ik dit argument eens apart onder de loep te nemen en te kijken of het steek houdt. Het is misschien aardig om daarbij als leidraad een vergelijking te gebruiken die bij de uitleg van stelling 03 vermeld wordt:
Wil een auto kunnen rijden, dan zijn er minimaal een motor, een koppeling, vier wielen en een stuurinrichting nodig. Dat een "primitieve oerauto" in een aanvankelijke "ontwikkelingsfase" ook zonder motor of zonder koppeling of zonder wielen zou hebben kunnen rijden, is even ondenkbaar als het denkbeeld dat de biodiversiteit van het aardse leven stapsgewijs zou kunnen zijn ontstaan.


Het eerste probleem is dat de meeste voorbeelden die gegeven worden niet echt onreduceerbaar complex zijn. Er bestaan wel degelijk wagens zonder motor of koppeling. Denk aan koetsen, trapauto's en handkarren. Tuurlijk, ze zijn niet zo makkelijk als wagens die door een motor worden aangedreven, maar met paard en wagen kun je meer vervoeren dan met een paard alleen - zelfs een handkar met maar twee wielen is beter dan niets. Op dezelfde manier is bijvoorbeeld het oog ook niet onreduceerbaar complex: overal in de natuur vindt je ogen zonder lens, of zonder iris. Tuurlijk, die zijn ook minder goed dan ogen met lens en iris, maar zijn nog altijd beter dan blindheid. Maar dat was juist het punt, niet? Blijkbaar is het dus wel degelijk mogelijk om stap voor stap verbeteringen toe te voegen aan het oog.

Ook hoeven onderdelen niet altijd hetzelfde doel gediend te hebben dat ze nu hebben. Stoommachines en verbrandingsmotoren werden al jaren toegepast in bijvoorbeeld gemalen en fabrieken, maar niet in auto's, want ze waren nog te groot en te log. Pas toen ze klein en licht genoeg waren werden ze ingezet om een wagen aan te drijven. De eerste auto's waren dus een nieuwe combinatie van twee reeds bestaande technologieën: verbrandingsmotoren en koetsen - en zo zagen ze er ook ongeveer uit. Op een vergelijkbare manier waren belangrijke onderdelen van de zweepstaart waarmee bacteriën zich kunnen voortbewegen, het zogenaamde flagellum, al langer in gebruik als een systeem om stoffen door het celmembraan te transporteren.

Om te begrijpen hoe een onreduceerbaar complex systeem toch kan ontstaan kunnen we misschien eens naar een nog recentere ontwikkeling van auto's kijken: elektronica. We weten dat de auto's zeg twintig jaar geleden best zonder konden. Maar auto's waarin elektronica de motor bijregelde werkten efficiënter. Op den duur werd er steeds meer gebruik gemaakt van elektronica, totdat tegenwoordig de hele motor door een computer wordt aangestuurd. Tegelijkertijd verdwenen er andere onderdelen, die overbodig geworden waren, omdat hun functie werd overgenomen door elektronica. Daardoor zal een auto tegenwoordig niet eens meer starten als je de motor-elektronica weghaalt: de elektronica is noodzakelijk geworden. Op een vergelijkbare manier kan bijvoorbeeld een symbiose ontwikkelen: een samenwerking kan eerst alleen een klein voordeel opleveren, maar naarmate er meer op de symbiose vertrouwd wordt, kan ook de afhankelijkheid toenemen, totdat de symbiose noodzakelijk is geworden. Voor gespecialiseerde organen als hart, longen en nieren geldt hetzelfde. Longen maken het bijvoorbeeld mogelijk om groter te worden dan wanneer je beperkt bent tot ademen door de huid, zoals bijvoorbeeld insecten doen. Maar als je eenmaal bent overgeschakeld naar longen, dan ben je daar dan ook 100% afhankelijk van geworden.

Uiteindelijk komt het hele argument hierop neer: wij kunnen ons niet voorstellen hoe dit stapsgewijs ontstaan is, dus is het onmogelijk. Alleen mag je die conclusie niet trekken. Een ander kan misschien wel voorstellen hoe dit gegaan kan zijn. Misschien kan daar zelfs bewijs voor gevonden worden. En in de meeste gevallen die door creationisten zijn aangedragen, is dat precies wat er gebeurd is. Bijvoorbeeld bij het immuunsysteem, of het mechanisme waardoor het bloed kan stollen.

Ongetwijfeld kunnen creationisten nog wel voorbeelden aandragen die nog niet helemaal zijn uitgezocht. Wetenschappers kunnen nu eenmaal niet overal tegelijk naar kijken en er is nu eenmaal tijd nodig om zulke complexe zaken te bestuderen. Ik zie echter niet in waarom het in die nieuwe gevallen niet net zo zal gaan als in alle voorgaande gevallen, waarbij de wetenschap uiteindelijk gewoon met een verklaring kwam. Maar als het aan de creationisten lag, zouden wetenschappers het gewoon op moeten geven. In plaats van deze systemen te bestuderen, proberen te begrijpen hoe ze werken en hoe ze ontstaan zouden kunnen zijn, zouden ze vertwijfeld de handen moeten opsteken, roepen dat het onmogelijk is, dat evolutie totale onzin is, en dat "God" het enige juiste antwoord is op alle vragen. Als we naar de creationisten hadden geluisterd, hadden we nooit geleerd wat we nu allemaal weten. En dat vind ik nog het meest verwerpelijke aan dit hele argument.

dinsdag 27 oktober 2009

95 stellingen

Ik ben nog bezig met het artikel over 2012 en aliens, maar er kwam vandaag iets tussendoor. De groep achter het foldertje "Evolutie of Schepping" heeft namelijk weer eens een hobby-project: 95 stellingen. Hierin worden 95 bezwaren tegen de evolutietheorie opgesomd, die samen zouden moeten bewijzen dat evolutie niet kan kloppen.

Dit is een klassiek voorbeeld van een debatteer-techniek waarbij zoveel mogelijk bezwaren worden geuit in een zo kort mogelijke tijd. De opponent zal nooit al deze bezwaren binnen de beschikbare tijd kunnen weerleggen, zodat in de ogen van een argeloze toeschouwer deze het debat lijkt te hebben verloren.

Toch is Erik van .god.voor.dommen begonnen met een serie van weerleggingen van de 95 stellingen. Ik wens hem veel succes. Zoals hij zelf al aangeeft zal hij heel wat meer tekst nodig hebben om de stellingen te weerleggen dan nodig was om ze te poneren. Hij is in ieder geval redelijk voortvarend begonnen.

Ikzelf geef de voorkeur aan een andere aanpak. Er is namelijk een verdediging tegen deze spervuur-tactiek. De website TalkOrigins heeft al jaren een lijst met veelgebruikte claims can creationisten. Sommige beweringen kwamen zo vaak voor in debatten dat men besloten heeft ze te categoriseren en te nummeren en te voorzien van antwoorden. Bij een eerste vluchtige blik op de 95 stellingen vermoedde ik al dat ik veel van deze stellingen op deze lijst terug zou vinden. Als dat zo is, dan toont dat aan dat het hier inderdaad gaat om de spervuur-tactiek, waarbij een hoog aantal argumenten de plaats moet innemen van argumenten van enige kwaliteit en originaliteit.

Laat ik eens proberen of dat klopt:


  1. De verandering van levende wezens verdergaand dan hun soortgrens (macro-evolutie) door de vorming van nieuwsoortige organen of structuren werd nog nooit waargenomen en is absoluut onbewezen. → CB901


  2. Onderzoek brengt steeds meer onsystematisch verdeelde kenmerken van levende wezens aan het licht, zodat de hypothese van een stamboom van de soorten als weerlegd moet worden beschouwd. → CB822


  3. Voor de opbouw van niet reduceerbaar complexe systemen, zoals zij in de levende wezens voorkomen, is geen mechanisme bekend. → CB200


  4. In ongeveer 19 miljoen wetenschappelijke publicaties werden van 453.732 gedocumenteerde mutaties slechts 186 als voordelig ingedeeld, waarbij bij geen enkele een toename van genetische informatie plaatsvond. → CB101, CB102


  5. De bekende evolutiemechanismen mutatie, selectie, genoverdracht, combinatie van gensegmenten, genduplicatie en andere factoren zijn niet toereikend om nieuwe bouwplannen en functies te verklaren. → CB101.2


  6. De werkverdeling en wederzijdse afhankelijkheid van vele planten- en diersoorten in een ecosysteem (biodiversiteit) weerspreekt de voorstelling van een stapsgewijs ontstaan. → CB630


  7. Symbiose en slaafs gedrag van verschillende planten en dieren kunnen middels de bekende mechanismen van evolutie niet verklaard worden. → CB630 (dit is eigenlijk hetzelfde punt als de vorige stelling)


  8. Meer dan 3.000 kunstmatige mutaties bij de vruchtvlieg Drosophila melanogaster sinds 1908 hebben geen nieuwe, voordelige bouwplannen tot stand gebracht; de vruchtvlieg bleef altijd een vruchtvlieg. → CB910.1


  9. In toenemende mate blijkt, dat grote delen van het zogenaamde Junk-DNA, die men tot voor kort als "evolutionair afval" omschreef, wel degelijk bepaalde functies vervullen. → CB130


  10. Nieuwe onderzoeken maken aannemelijk, dat zogenaamde pseudogenen, die lange tijd als functieloos beschouwd werden, wel bepaalde functies hebben. → CB130 (min of meer hetzelfde als het vorige punt)


  11. De hoop in homeotische genen (stuurgenen) de sleutelgenen voor macro-evolutionaire processen gevonden te hebben, bleef onvervuld. → eindelijk eentje die niet op de lijst staat! Geen idee chter wat ze hiermee denken aan te kunnen tonen.


  12. Rudimentaire organen (halfklare of functieloze) organen zijn geen waardeloze overblijfselen van een ontwikkeling naar boven: De meeste van deze organen hebben een concreet nut, andere tonen degeneratie. → CB360, CB360.1


  13. Hoewel het biogenetisch principe van Ernst Haeckel (1834-1919) reeds gedurende zijn leven als vervalsing werd ontmaskerd, vindt men het tegenwoordig nog in veel schoolboeken! → CB701, CB701.1


  14. In veel schoolboeken worden getalsmatige veranderingen in de populaties van de peper- en zoutvlinder als voorbeeld voor evolutie beschreven. Hierbij kan niet eens van micro-evolutie gesproken worden. → CB910.2


  15. Alle DDT-resistente insecten zijn genetische varianten, die altijd al hebben bestaan en die altijd al tegen dit insecticide bestand waren. → CB110


  16. Het feit, dat bacteriën tegen antibiotica resistent kunnen worden, is geen voorbeeld voor ontwikkeling naar boven, omdat de mutaties, die daartoe leiden, in de regel een verlies van informatie in het genoom tot gevolg hebben. → CB102 (min of meer hetzelfde als stelling nummer 4)


  17. Het hiaat (stilstand) in het fossielenverslag toont aan, dat geen nieuwe vormen en organen ontstaan en dat de basissoorten in wezen gedurende de gehele geschiedenis van de aarde onveranderd zijn gebleven. → CB901.2


  18. Opdat een levend wezen een fossiel kan worden, moet het snel met sedimenten overdekt en van de lucht afgesloten worden, omdat het anders bederft of verrot. → CC363


  19. De overgangen (missing links) van vissen naar amfibieën, van amfibieën naar reptielen en van reptielen naar vogels en zoogdieren zijn ook na 150 jaar fossielenonderzoek niet gevonden. → CC212, CC213, CC214, CC215


  20. De zogenaamde cambrische explosie (het gelijktijdig optreden van de meeste soorten) weerspreekt de theorie, dat de levende wezens gemeenschappelijke voorouders hebben. → CC300, CC301


  21. Omdat door de natuurlijke erosie de continenten na 10 miljoen jaar tot op zeeniveau zouden zijn afgesleten, zouden zich op het vasteland geen steenlagen meer kunnen bevinden, die fossielen bevatten. → CD501


  22. De grootte van verschillende rivierdelta's toont aan, dat de rivieren hoogstens sinds enige duizenden jaren in de zee stromen, hetgeen een naar men zegt sinds miljarden jaren durend proces volstrekt weerspreekt. → CD210, CD220


  23. Bij de uitbarsting van de vulkaan Mount St. Helens in het jaar 1980 zijn geologische formaties ontstaan, die in hoge mate overeenstemmen met diegenen, die in een naar men zegt vele miljoenen jaren durend proces zouden zijn ontstaan. → CH581.1


  24. De eigenschappen van de sedimentlagen, die zichtbaar en voor onderzoek toegankelijk zijn, getuigen van korte en intensieve afzettingsprocessen. → CD220.1


  25. De laaggrenzen van geologische formaties vertonen in de regel geen of slechts in geringe mate oppervlakte-erosie, bioturbatie en humusvorming, hetgeen een hoge ouderdom van de lagen weerspreekt. → CD620


  26. Polystrate fossielen, dus boomstammen en fossiele dieren, die zich over meerdere geologische lagen uitstrekken, weerspreken een langzaam ontstaan van deze lagen. → CC331


  27. Het bestaan van zogenaamde levende fossielen doet gerechtvaardigde twijfel over de gangbare interpretatie van het fossielenverslag rijzen. → CB930


  28. Vondsten van menselijke gebruiksvoorwerpen in de aardlagen, die ouder zijn dan 2 miljoen jaar, doen vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de conventionele tijdtafels. → CC130


  29. De levensvatbare microben, die men vaak in oude zout- en steenkoollagen vindt, kunnen onmogelijk tot 500 miljoen jaar oud zijn. → Hey, nog een nieuwe. Misschien dat ik daar later nog eens apart naar kijk. Voorlopig hou ik het bij deze opmerking: het is inderdaad mogelijk dat deze bacteriën inderdaad geen 500 miljoen jaar oud zijn. Dat wil nog niet zeggen dat de aardlagen geen 500 jaar oud zijn.


  30. Nieuwe inzichten omtrent micro-evolutionaire soortenvorming (ondersoorten vorming) tonen, dat de soortenrijkdom van de fossiele zeedieren in het Nusplinger platenkalk in enkele tientallen jaren kon ontstaan. → CD203


  31. Nieuwe waarnemingen en berekeningen maken aannemelijk, dat de bekende granietdiapieren tot wel 100.000 maal snellen zijn ontstaan, dan tot nu toe werd aangenomen. → CD750, CD502


  32. "Vivum ex vivo" (Leven komt uitsluitend van leven) - deze door Louis Pasteur geformuleerde uitspraak is tot op heden niet weerlegd. → CB000


  33. Honderden zogenoemde Miller-experimenten (oersoep simulaties) konden het toevallig ontstaan van leven nog verklaren nog bewijzen. → CB025


  34. Laboratoriumexperimenten tonen, dat een toevallig ontstaan van DNA onder oersoepomstandigheden en zonder de hulp van een matrix (zoals een levende cel die biedt) niet mogelijk is. → CB010


  35. Aangezien zich in een denkbeeldige oersoep met zekerheid ook water bevonden heeft, is het onmogelijk, dat zich daarin lange aminozuurketens of zelfs complete eiwitten (proteïnen) zouden hebben kunnen vormen. → CB035.3


  36. Omdat voor de bouw van een levende cel uitsluitend linksdraaiende aminozuren geschikt zijn, is een toevallig ontstaan van cellen ondenkbaar. → CB040


  37. Er is geen mechanisme bekend, waarmee de correcte opvouwing van proteïnen mogelijk is. → CB010


  38. Een toevallig ontstaan van de juiste adressering van proteïnen in de cel is niet voor te stellen. → CB010


  39. Het mechanisme, dat de productie van proteïnen start en stopt, moet bij elke cel vanaf het begin foutloos zijn. → CB015


  40. Controle mechanismen in de cel werken elke soort overschrijdende ontwikkeling tegen, want het leven is fundamenteel op het behoud van de bestaande proteïnen (stasis) ingericht. → CB902.1


  41. Aangezien de resultaten van verschillende radiometrische meetmethoden bij hetzelfde gesteente systematisch aanzienlijk verschillen, moet bij de meetmethoden en/of hun waardebepaling een systematische fout aanwezig zijn. → CD010


  42. Metingen met een moderne Accelerator Mass Spectrometer (AMS) aan koolstofhoudende materialen zoals grafiet, marmer, antraciet en diamanten tonen een ouderdom van minder dan 90.000 jaar, desondanks wordt hen een vele miljoenen jaren hoge ouderdom toegeschreven. → CD011


  43. In gesteentelagen, die naar men zegt miljarden jaren oud zijn, kan men zirkonen vinden, die op basis van hun heliumgehalte waarschijnlijk slechts 4.000 tot 8.000 jaren oud zijn. → CD015


  44. Naast uranium-238 vervallen 52 andere elementen met een halfwaardetijd van enige microseconden tot enige duizenden jaren eveneens tot lood-206, waarmee in de berekeningen van de conventionele radiometrie geen rekening wordt gehouden. → CD002


  45. Indien men de radioactieve materialen tot op plasmatemperatuur verwarmt, zinkt de halfwaardetijd van bijvoorbeeld uranium-238 van 4,5 miljard jaar naar 2,09 minuten; dit weerspreekt de visie, dat de halfwaardetijden van radioactieve elementen constant zijn. → CF210


  46. De veel voorkomende uranium- en poloniumstralingspatronen in het graniet van het Paleozoïcum-Mesozoïcum verwijzen naar één of meerdere fasen van voorbijgaand versneld radioactief verval. → CF201


  47. De uit het binnenste van de aarde uittredende hoeveelheid helium is slechts 4% van de hoeveelheid, die men op basis van de eveneens uittredende warmte verwacht, hetgeen een ouderdom van de aarde van 4,5 miljard jaar weerspreekt. → CE001


  48. De gemeten continue afname van het aardmagneetveld wijst op een ouderdom van de aarde van minder dan 10.000 jaar. → CD701


  49. Indien de huidige processen van in- en uitvoer van zout in de wereldzeeën 3,5 miljard jaar geduurd zouden hebben, dan zouden de wereldzeeën 56 maal zoveel zout bevatten. → CD221.1


  50. Aan de hand van de hoeveelheid nikkel, die jaarlijks door de rivieren in de zeeën wordt getransporteerd en het huidige nikkelgehalte van de oceanen laat zich berekenen, dat de huidige processen sedert maximaal 300.000 jaar plaatsvinden. → CD221


  51. De bewering, dat er lange tijdsperioden nodig zijn, voor de vorming van olie, steenkool of versteend hout, werd experimenteel weerlegd. → CC361.1


  52. Aangezien er geen mechanisme bekend is, dat uit de zogenaamde singulariteit zou kunnen leiden, is het concept van de oerknaltheorie puur speculatief. → CE420 (Gaat niet over evolutie)


  53. Het ontstaan van sterrenstelsels kan binnen het kader van de oerknaltheorie niet worden verklaard. → (Gaat niet over evolutie)


  54. Ondanks een niet aflatende stroom van beweringen van veel kosmologen is het ontstaan van sterren nog steeds onopgelost. → (Gaat niet over evolutie)


  55. Hoe uit een gas- en stofschijf planeten kunnen ontstaan, is onduidelijk en in hoge mate omstreden. → (Gaat niet over evolutie)


  56. De verschillende oppervlakken van planeten en manen doen twijfel opkomen over de theorie, dat deze allen uit een homogene gas- en stofwolk zouden zijn ontstaan. → (Gaat niet over evolutie)


  57. Een 4,5 miljard jaar oud zonnestelsel is moeilijk voor te stellen, omdat enige planeten "reeds" na 10 miljoen jaar in chaotische banen kunnen geraken. → (Gaat niet over evolutie)


  58. De gemeten verandering van de afstand van de aarde tot de maan is zo groot, dat de maan bij een aangenomen ouderdom van 4,5 miljard jaar ongeveer 3,5 maal verder van de aarde zou moeten zijn verwijderd. → CE110 (Gaat niet over evolutie)


  59. Dat alle vier gasplaneten gelijktijdig ringen hebben, is opmerkelijk, aangezien deze ringen maximaal enkele 10.000den jaren oud kunnen zijn. → CE240 (Gaat niet over evolutie)


  60. In ons zonnestelsel bevinden zich veel minder kortperiodieke kometen, dan men in een miljarden jaren oud planetenstelsel zou verwachten. → CE261, CE261.1 (Gaat niet over evolutie


  61. Er bestaan in onze Melkweg veel minder supernova-restanten, dan in een vele miljarden jaren oude Melkweg zouden zijn te verwachten. → CE401 (Gaat niet over evolutie)


  62. Het systematische verschil in metalliciteit tussen ver verwijderde en nabijgelegen objecten, hetgeen volgens het model der oerknaltheorie zou zijn te verwachten, ontbreekt. → (Gaat niet over evolutie)


  63. De ongelofelijk nauwkeurige fijnafstelling van de verschillende natuurconstanten, die het aardse leven precies mogelijk maken, kan niet het resultaat zijn van blinde toeval. → CI301


  64. De kosmische microgolven-achtergrondstraling is veel gelijkmatiger, dan men volgens de oerknaltheorie verwacht. → CE420 (Gaat niet over evolutie)


  65. De huidige wetenschap onderzoekt onder het paradigma van de evolutie (macro-evolutie-, oersoep- en oerknaltheorie), waarvan de basisbegrippen niet bewezen kunnen worden. → CA202 (is deze zin eigenlijk wel grammaticaal correct?)


  66. Het gelukt niet, de wereld met zuiver natuurkundige grootheden te verklaren, want men weet niet, waar het natuurlijke ophoudt en het bovennatuurlijke begint. → CA301.1


  67. De evolutietheorie is van filosofische oorsprong (Verlichting, Rationalisme, Naturalisme) en daarom in wezen een religieus dogma met een wetenschappelijk jasje. → CA610


  68. Veel beweringen bij de evolutionaire psychologie blijken cirkelredeneringen of zijn zo vaag en algemeen geformuleerd, dat men hen slechts als geloofwaardig klinkende bedenksels kan beschouwen, die niet te bewijzen of te weerleggen zijn. → CA500, CB990, CA212


  69. De onderbouwing van de macro-evolutie met de combinatie van de factoren toevallige mutatie en noodzakelijke selectie is op grond van toevalsbegrippen per saldo steeds substantieloos, dat wil zeggen zonder zeggingskracht. → CA210


  70. Het causale evolutieonderzoek kan middels proefondervindelijke wetten (beschrijving van berekenbare en voorspelbare gebeurtenissen) onmogelijk een volgens haar eigen theorie toevallige, dus onberekenbare en onvoorspelbare ontwikkeling bewijzen. → CA211


  71. Overeenkomsten (homologe organen) zijn geen bewijs voor afstamming; zij tonen slechts, dat bij de verschillende levende wezens dezelfde basisprincipes worden toegepast. → CB821


  72. De constatering, dat er in de vrije natuur geen half klare ecosystemen bestaan en de meeste levende wezens een bijdrage aan het gemeenschappelijk welzijn van het totale ecosysteem leveren, weerspreekt een toevallige ontwikkeling. → CB630 (hadden we die niet al eens gehad?)


  73. De doelgerichtheid (teleologie) en planmatigheid, die in de ganse natuur herkenbaar zijn, weerspreken het dogma van het toevallig ontstaan van de ontelbare kosmische en biologische structuren. → CI120


  74. De vraag naar de zin van het leven kan vanuit de evolutieleer niet worden beantwoord. → CA620


  75. De in de natuur voorkomende ondoelmatige schoonheid kan met de naturalistische benadering niet verklaard worden. → (uhm, zei je niet net dat doelmatigheid in de ganse natuur herkenbaar is?)


  76. De in alle levensvormen aangetroffen code staat uitsluitend de conclusie tot een intelligente Auteur/Bron van deze informatie toe. → CB180


  77. Het concept, volgens welke de DNA-moleculen gecodeerd zijn, overtreft alle moderne menselijke informatietechnologieën verregaand en kan zich daarom niet toevallig uit levenloze materie hebben ontwikkeld. → CF003


  78. Het weten, hoe bijvoorbeeld DNA-moleculen kunnen worden geprogrammeerd, is niet voldoende, om leven te laten ontstaan; daartoe is bovendien de vaardigheid noodzakelijk, alle benodigde biomachines te kunnen bouwen. → CB015


  79. Omdat zinvolle informatie in essentie een niet-materiële grootheid is, kan zij niet van een materiële grootheid afstammen. → CB180


  80. De mens is in staat, informatie te scheppen. Aangezien deze informatie van niet-materiële aard is, kan zij niet afkomstig zijn van ons materiële deel (lichaam). → CB180


  81. De bewering, dat het universum alleen uit een singulariteit tevoorschijn gekomen zou zijn (wetenschappelijk materialisme), is in tegenspraak met de niet-materiële grootheid der informatie. → (we vallen wel een beetje in herhaling, niet?)


  82. Omdat alle theorieën van de chemische en biologische evolutie vereisen, dat de informatie alleen van materie en energie afkomstig moet zijn, kunnen wij concluderen, dat al deze concepten fout zijn. → CI010


  83. Uit de informatie volgens natuurwetten in het universum en de profetische informatie van de Bijbel laten zich bewijzen voor het bestaan van God afleiden. → CH110, CH130


  84. De zondvloedverhalen van alle oude culturen op alle vijf continenten getuigen ervan, dat in het verleden daadwerkelijk één of meer gigantische catastrofen hebben plaatsgevonden. → CG201


  85. De overblijfselen (vooral stenen gereedschap) van onze voorouders staan hoogstens enige duizenden jaren menselijke geschiedenis toe. → CC381, CB620


  86. Van de denkbeeldige gemeenschappelijke voorouder van aap en mens ontbreekt nog altijd elk spoor. → CC030, CC040


  87. Om uit een gemeenschappelijke voorouder een mens en een chimpansee te laten ontstaan, zouden minstens 75 miljoen "juiste" mutaties nodig zijn geweest, hetgeen hoogst onwaarschijnlijk is. → CB144


  88. Het rechtop lopen van de mens benodigt een gelijktijdig gecoördineerde verandering van meerdere eigenschappen in het skelet en de spieren, hetgeen een toevallige, richtingloze ontwikkeling weerspreekt. → CB340 (hoeveel variaties op het irreducible complexity thema hebben we inmiddels al gehad?)


  89. Het menselijk oog is een niet reduceerbaar complex systeem, dat Darwin reeds als mogelijk bewijs tegen zijn theorie aanvoerde.
    CA113_1, CB301


  90. Op basis van nieuwe onderzoeksresultaten staat vast, dat de plaatsing van de lichtgevoelige cellen in het menselijk oog in tegenstelling tot vroegere beweringen optimaal is ontworpen. → CB301


  91. Onderzoek van oude talen heeft getoond, dat deze aanvankelijk complexer waren en mettertijd eenvoudiger werden, wat een evolutionaire ontwikkeling naar boven weerspreekt. → CG110, CG111


  92. Onderzoek van zogenaamde bijna-dood-ervaringen toont aan, dat het bewustzijn van de mens onafhankelijk van het lichaam bestaat. → (Gaat niet over evolutie)


  93. De menselijke vaardigheid tot technische en kunstzinnige creativiteit wijst er duidelijk op, dat de menselijke geest zich niet uit materie kan hebben ontwikkeld. → CB420


  94. Geweten en ethiek kunnen zich onmogelijk ontwikkeld hebben in een miljoenen jaren durende genadeloze overlevingsstrijd. → CB411


  95. Het bestaan van het fenomeen liefde is moeilijk te verenigen met de denkbeelden van de evolutietheorie. → CB430



Zoals je kunt zien (als je het allemaal echt wil nalezen) zijn het grootste deel van de 95 stellingen inderdaad terug te leiden op de lijst van TalkOrigins. Veel ervan zelfs bijna letterlijk, bij andere is de link wat minder direct duidelijk. En in sommige gevallen gaat de stelling absoluut niet over evolutie, maar bijvoorbeeld over kosmologie, al zijn er in sommige van die gevallen toch antwoorden beschikbaar. Kortom, het zijn voornamelijk standaard argumenten waar deze groep mee komt, waar standaard antwoorden voor beschikbaar zijn. Alleen het hoge aantal stellingen laat het lijken alsof er iets van substantie aanwezig is - en wie gaat er al die stellingen nalopen, als hij of zij geconfronteerd wordt met zulk overweldigend bewijs?

(Ik, blijkbaar...)

Uiteindelijk is er natuurlijk een achterliggende reden dat deze groep deze 95 stellingen op een nietsvermoedend publiek probeert te dumpen: ze geloven dat als ze maar genoeg bewijzen tegen evolutie verzamelen, ze dan automatisch bewijs hebben voor hun eigen geloof. Ik heb daarop maar één ding te zeggen: CA510.1.

maandag 13 juli 2009

Daar gaat ons onderwijs: de ChristenUnie reageert

Een poosje geleden reageerde ik op opmerkingen die Arie Slob van de ChristenUnie in de media deed. Daarin riep hij op om ook andere opvattingen dan de evolutieleer in de lesprogramma's van openbare scholen op te nemen. Ik heb toen een nogal satirisch mailtje gestuurd en verwachte daar eigenlijk verder niet veel meer van. Maar de ChristenUnie heeft nu blijkbaar toch gereageerd:
Den Haag, 13 juli 2009

Geachte heer, mevrouw Deen ,

Hartelijk dank voor uw e-mail bericht aan de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer of aan de heer Slob over schepping of evolutie. Wij danken u voor de moeite die u heeft genomen om uw opmerkingen onder onze aandacht te brengen en voor uw betrokkenheid bij dit onderwerp. Helaas heeft de beantwoording van uw mail forse vertraging opgelopen, waarvoor onze excuses.

Je zou bijna denken dat ze enorm veel reacties over dit onderwerp hebben gekregen. Helaas heb ik geen idee hoeveel van de reacties bestonden uit bijval of kritiek. Ik hoop natuurlijk voornamelijk uit het laatste.
Het punt dat de heer Slob inbracht in het nu.nl-interview was dat kinderen zo breed mogelijk geïnformeerd moeten worden over opvattingen die er zijn over het ontstaan van de aarde. Arie Slob heeft zelfs eerst aangegeven dat hij vindt dat op christelijke scholen over de evolutietheorie moet worden gesproken.

Heel goed van Slob. Het woordje "zelfs" doet vermoeden dat dit al een hele toezegging was, dus een schouderklopje is wel op zijn plaats.
Andersom vinden wij dat openbare scholen hun leerlingen ook duidelijk moeten maken dat er een veelheid aan opvattingen is. Ook mogen scholen vanuit hun eigen identiteit wijzen op de gaten in de evolutietheorie, op het bestaan van de theorie van Intelligent Design of op onverkort creationisme.

Kennelijk is dat dus wat Slob onder "een veelheid van opvattingen" verstaat: Christelijk Intelligent Design en creationisme. Waarom niet de scheppingsmythen van de Hindoes? Of die van Scientology? Of de scheppingsmythe van het Vliegende Spaghetti Monster? Ik denk toch niet dat Slob die op gelijke voet met evolutie wil zetten. Waarom de Christelijke scheppingsmythe dan wel?
Veel schoolboeken bieden nu geen ruimte voor andere opvattingen. Wij treden daarbij niet in de discussie wat wetenschappelijk is of niet.

Zwak, heel zwak. Want daar gaat het nou juist om. Zonder wetenschap is er geen enkele manier om te bepalen aan welke van de opvattingen je het meeste waarde moet hechten.
De heer Slob heeft ook nergens over verplichtingen gesproken.

Toch zeggen ze hierboven nog dat ze vinden dat scholen "duidelijk moeten maken dat er een veelheid aan opvattingen is".

Maar maakt het echt uit of ze het willen verplichten of niet? Het wordt niet ineens een beter idee als ze het niet willen verplichten. Het is ook duidelijk dat ze nog steeds achter het idee zelf staan. Al zou je kunnen zeggen dat Slob zich kennelijk realiseert dat het idee zoveel tegenstand zal oproepen, dat hij het beter een beetje op de vlakte kan houden.
Er wordt dus veel in zijn uitspraken gelegd, dat niet spoort met de werkelijkheid. Voor een deel komt dat door de presentatie op nu.nl. Dat was overigens een klein onderdeel uit een veel breder interview.

Nee, volgens mij had ik precies uit het interview gehaald wat er mis mee is: Slob denkt dat het een goed idee is om het Bijbelse scheppingsverhaal te onderwijzen naast evolutie. Deze email bevestigt dat nog eens.

Wij hebben ons overigens verbaasd over de harde reacties die we hierop hebben ontvangen. Daar zit veel venijn in naar christenen.

Het is jammer dat de schrijver van deze brief het niet kon laten dit toe te voegen. Ik geloof best dat ze wat behoorlijk harde reacties gekregen hebben, dat is het niet. Het is alleen jammer dat ze dit toeschrijven aan "venijn naar Christenen", in plaats van de mogelijkheid dat er iets mankeert aan het voorstel zelf. Ik weet ook niet precies wat ze denken te bereiken met het toevoegen van deze opmerking. Moet ik me nu extra sympathie voor ze hebben? Of is het bedoeld als belediging, of bedoeld om me schuldig te laten voelen? Het is een vreemde toevoeging voor een officiële email.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,

Met vriendelijke groet,


Fractie ChristenUnie Tweede Kamer

Nou, als je het me eerlijk vraagt of je me genoeg geïnformeerd hebt, moet ik toch "nee" zeggen. Dit is overduidelijk een standaardbrief, mijn email is waarschijnlijk niet eens gelezen, er wordt althans niet op de kritiek erin ingegaan. Ook wordt er niet ingegaan op meer serieuze kritiek die ze ongetwijfeld ook ontvangen moeten hebben, zoals de problematiek van scheiding van kerk en staat. In plaats daarvan lijkt deze brief vooral te proberen Slob's uitspraken wat af te zwakken. Zonder overigens afstand te willen doen van zijn ideeën. Typisch politiek, eigenlijk.

Wel maakt de email duidelijk dat dit niet slechts Slob's persoonlijke wilde idee was, maar dat dit de mening van de partij is. Dat maakt het er eigenlijk ook niet beter op.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben ook van mening dat scholieren een brede basis moeten hebben en moeten weten wat er aan opvattingen leeft in de wereld. Leer de kinderen over de verschillende takken van het Christendom, Jodendom en de Islam. Vertel ze over Hindoeïsme, Boeddhisme, Wicca, New Age, Humanisme en Atheïsme. Maar dan wel bij Wereldverkenning, of Maatschappijleer, of zelfs een apart vak Wereldbeschouwingen, niet bij Biologie. Bij Biologie gaat het om hoe de wetenschap werkt en wat het ontdekt heeft, niet om geloof.

maandag 29 juni 2009

Quantum-bewustzijn

In mijn vorige artikel had ik het over het misbruiken van quantum-mechanica als ondersteuning voor allerlei vage ideeën. Vandaag wil ik daar een voorbeeld van bespreken, die voor sommigen misschien uit een wat onverwachte hoek afkomstig is. Het gaat hier namelijk om een artikel dat gevonden werd op de site van de Atheïstische Beweging, met als titel "Het Bewustzijn als Kwantumverschijnsel; een Kritiek op de Tijdsbeleving", geschreven door Frans van Dongen. Op verschillende atheïstische fora werd al enigszins verbaast gereageerd op dit artikel en zijn vindplaats. Om die reden en simpelweg omdat je dit soort artikelen eerder verwacht aan te treffen op new-age achtige sites, niet op atheïstische, is het misschien wel interessant om dit specifieke artikel eens als voorbeeld te nemen. Het maakt immers niet uit waar het vandaan komt, onzin moet worden rechtgezet.

Het is wel een lastig artikel om te bespreken. Niet zozeer omdat de argumenten zo sterk zijn, maar juist omdat het zo lastig is om vast te stellen wat de standpunten zijn. Het artikel heeft maar weinig structuur. Er is geen inleiding met een duidelijke probleemstelling en geen uiteindelijke conclusie. Erger nog, nergens staat vermeld wat de schrijver precies bedoelt met "bewustzijn": wat is het, wat doet het, waar herkennen we het aan? Er worden ons wel "definities" beloofd en die komen uiteindelijk ook wel. Dit zijn echter geen definities in de zin die we gewend zijn, namelijk een vaststelling van de betekenis van de term "bewustzijn", maar de verklaringen die Van Dongen voor bewustzijn geeft.

Ook is het een behoorlijk lang artikel, dus ik ga het niet punt voor punt bespreken.

Voordat het artikel goed en wel begint, wordt er direct afstand genomen van "Reductionistische standpunten, volgens welke het Bewustzijn helemaal niet zou bestaan." Nu denken veel filosofen en veel wetenschappers inderdaad dat bewustzijn niets anders is dan het product van ons brein, wat er dus op neerkomt dat bewustzijn uiteindelijk het gevolg is van biochemische processen. Dat wil echter niet zeggen dat bewustzijn niet bestaat, zoals Van Dongen beweert, maar enkel dat het niet principieel een mysterieus verschijnsel is. Veel mensen geloven echter dat de wetenschap weliswaar dingen kan uitvinden over het brein, maar niets te weten kan komen over het "echte" bewustzijn. Toch zijn er goede argumenten tegen dit geloof, zoals bijvoorbeeld de filosoof Daniel Dennett uiteenzet in deze lezing. Daarin vergelijkt hij bewustzijn onder andere met magie: net zoals we eigenlijk niet willen weten dat een goochelaar geen "echte" magie gebruikt, willen we ook niet weten dat ons bewustzijn niet "echt" mysterieus is.

De neurowetenschap boekt momenteel enorme vooruitgang met uitvinden hoe ons brein werkt, bijvoorbeeld via fMRI, waarmee wetenschappers kunnen zien welke delen van de hersenen actief zijn bij bepaalde processen. Van Dongen verzwijgt deze hele tak van wetenschap echter volledig. Blijkbaar is er ook voor hem iets speciaals, iets magisch aan bewustzijn, wat de neurowetenschap niet zomaar kan verklaren. Van Dongen geeft echter geen overtuigende argumenten waarom niet. Ook in de rest van het artikel geeft Van Dongen nergens ook maar enig argument waarom zijn ideeën betere verklaringen opleveren dan die van de neurowetenschap. Dit alleen al zou voldoende moeten zijn om je argwanend te maken tegenover dit artikel.

Het eigenlijke artikel begint met een introductie over quantum-mechanica. Wat opvalt is dat alles met dezelfde overtuiging gebracht wordt, alles wordt gedeponeerd met absolute zekerheid. Zelden wordt er stil gestaan bij hoe we iets weten. Verwacht geen beschrijvingen van experimenten in dit artikel. Zelden ook wordt er onderscheid gemaakt tussen wat algemeen geaccepteerde wetenschap is, en wat speculatieve interpretaties zijn.

En uiteraard wordt er al heel snel verband gelegd tussen de Kopenhaagse interpretatie en de bijzondere positie die bewustzijn zou innemen. Daarbij zou bewustzijn noodzakelijk zijn voor het laten ineenklappen van de golffunctie. Het past ook precies in het patroon dat ik in het vorige artikel aangaf: het artikel presenteert dit als een voldongen feit, terwijl het eigenlijk speculatie is. Ten eerste is bewustzijn strikt gesproken niet eens onderdeel van de Kopenhagen interpretatie en ten tweede zijn er verschillende alternatieve interpretaties, waarvan in sommige de ineenstorting van de golffunctie niet eens noodzakelijk is. Fysici en filosofen zijn hier nog lang niet over uitgepraat.

Maar het artikel gaat hier volkomen aan voorbij en gaat verder met uit te leggen dat micro-tubuli, kleine buisjes in onze hersencellen (en overigens ook in al onze andere cellen), een geschikte omgeving zouden zijn voor quantum-effecten. Ook dit is een hoogst speculatief idee, voorgesteld door Roger Penrose en Stuart Hameroff. Zij suggereren dat er in deze tubuli processen plaats vinden die zouden kunnen werken als een quantum-computer.

De meeste quantum-fysici geloven echter dat dit zeer onwaarschijnlijk is. Het soort quantum-processen wat hiervoor nodig is zijn veel te fragiel om te werken in een omgeving zo vol van externe invloeden als de menselijke cel. Berekeningen laten zien dat deze quantum-effecten vele malen sneller verdwijnen dan dat je brein nodig heeft om signalen te versturen.

Volgens het artikel van Van Dongen is het echter toch de collaps van de quantum-golven in deze micro-tubuli die het bewustzijn veroorzaken. Hiermee heb je echter nog steeds niets verklaard. Hoe kan zo'n collaps dan uiteindelijk je denkprocessen beïnvloeden en bewustzijn uitleggen, waar de wisselwerkingen tussen neuronen dat blijkbaar niet konden?

Het artikel wordt vanaf hier alleen maar vreemder. Van Dongen probeert de lezer iets duidelijk te maken over de speciale wijze waarop het bewustzijn de tijd waarneemt. Daarvoor haalt hij de interpretatie van Bohm erbij. Blijkbaar is van Dongen zich er echter niet van bewust dat hij hiermee het eerdere gedeelte van zijn artikel tegenspreekt: in de interpretatie van Bohm komt de collaps van de golffunctie helemaal niet voor, terwijl dat een cruciale rol speelde in Van Dongen's "definitie" van bewustzijn.

Hiermee komt eigenlijk Van Dongen's hele uitleg op losse schroeven te staan. Ofwel, zijn interpretatie van bewustzijn is fout, ofwel die van de tijdsbeleving. Of beide, natuurlijk. In ieder geval zijn ze in beide gevallen totaal niet wetenschappelijk ondersteund: experimenteel kunnen we (nog) geen verschillen zien tussen de Kopenhaagse interpretatie en die van Bohm, wat betekent dat ze tot die tijd vooral speculatief zijn. Dat Van Dongen dit over het hoofd ziet is funest voor zijn geloofwaardigheid. Ofwel de auteur begrijpt de materie niet voldoende, ofwel hij gaat er van uit dat de lezer toch te weinig van quantum-mechanica begrijpt om in te zien wat het probleem is.

Daarom hoef ik eigenlijk niet eens meer in te gaan op de nog vreemder ideeën in dit artikel. Zoals bijvoorbeeld het idee dat het geheugen verklaard dient te worden doordat effecten van quantum-verstrengeling ons bewustzijn verbinden met het verleden. Waarom het meer gangbare idee dat ons geheugen werkt als een soort van data-opslag niet voldoet is me volstrekt onduidelijk.

Aan het eind beweert Van Dongen zelfs dat het bewustzijn blijft voortbestaan na de dood. Toch apart voor een atheïst.

Al met al is dit artikel een goed voorbeeld van quantum-mystiek, het idee dat mystieke verschijnsels te verklaren zijn met quantum-mechanica. Het vertoont alle kenmerken: het negeert elke andere verklaring voor het verschijnsel, inclusief de mogelijkheid dat het verschijnsel veel alledaagser is dan je zou denken. Het presenteert speculatieve interpretaties alsof ze net zo algemeen geaccepteerd zijn als de rest van de quantum-mechanica. En ten slotte is het overduidelijk een poging om "bewustzijn" te voorzien van een wetenschappelijk sausje, zonder dat er sprake is van een gedisciplineerde, wetenschappelijke aanpak. Er blijft maar één vraag over: wat doet zo'n artikel op de site van een atheïstische beweging?

donderdag 18 juni 2009

Quantum-mystiek

Quantum-mechanica* beschrijft hoe materie zich gedraagt op hele kleine schaal - en dat is wezenlijk anders dan zoals de dingen zich gedragen op een meer menselijke schaal. Quantum-mechanica is zeer vreemd. Ik denk dat we bijvoorbeeld allemaal wel eens gehoord hebben dat volgens de quantum-mechanica licht zowel deeltjes als golven kunnen zijn. En dan hebben we het nog niet gehad over exotische zaken als quantum-tunelling en verstrengeling (entanglement). Quantum-mechanica is mysterieus, slechts weinig mensen weten wat het echt inhoudt, maar het werkt wel. Het feit dat je dit kunt lezen bewijst het: elke moderne computer zit vol met technologie die gebaseerd is op quantum-effecten.

Deze combinatie is precies wat quantum-theorie ook geschikt maakt voor misbruik om allerlei mystieke zaken mee te verklaren. Quantum-theorie wordt gebruikt om geloofwaardigheid te geven aan de meest uiteenlopende ideeën:

  • Bewustzijn wordt veroorzaakt door quantum-effecten

  • God gebruikte quantum-effecten om evolutie bij te sturen

  • Telepathie werkt via quantum-effecten

  • Via quantum-effecten kun je de wereld naar je hand zetten door het simpelweg te willen


Ik noem dit soort verklaringen "quantum-mystiek". De gedachtegang lijkt ongeveer als volgt te gaan: "Dit verschijnsel is mysterieus, quantum-mechanica ook, dus ze zullen wel wat met elkaar te maken hebben. Bewijs maar eens dat het niet zo is!"

Maar er zijn meer redenen die quantum-mechanica een favoriet maken bij het uitleggen van allerhande mysterieuze zaken. Hiervoor moet ik eerst wat uitleggen over quantum-mechanica - voor zover ik het zelf begrijp, uiteraard. Mochten er echte quantum-fysici meelezen, correcties en aanvullingen zijn natuurlijk altijd welkom.

Laat ik beginnen bij het beroemde dubbele-spleet experiment: een laser stuurt licht af op twee uiterst dunne spleten. Het is al langer bekend dat licht zich als golven kan gedragen. De spleten zijn zo smal en staan zo dicht opeen dat er interferentie tussen die golven optreedt. Aan de andere kant van de spleten is een scherm geplaatst, waarop het interferentie-patroon te zien is.

Het begint vreemd te worden als de lichtbron zo wordt afgesteld dat er maar één lichtpakketje, oftewel een foton, tegelijk wordt uitgezonden. We gebruiken dan een lichtgevoelig scherm, zoals een fotografische plaat. Elk foton komt uiteindelijk op het scherm uit en laat daar een enkel stipje achter. Maar wat blijkt? De stipjes vormen nog steeds hetzelfde interferentie-patroon. Hoe kan dat? Hoe weet dat foton waar het heen moet om in het patroon te passen? Hoe kan één deeltje nou met zichzelf interfereren? Is het deeltje dan door beide spleten tegelijk gegaan?

De quantum-mechanica geeft ons wiskundige vergelijkingen om precies te voorspellen hoe het patroon op het scherm eruit komt te zien. Deze vergelijkingen beschouwen de waarschijnlijkheid van de locatie van een deeltje als een soort van golf-verschijnsel. Wat we daarmee kunnen uitrekenen is de kansverdeling van de mogelijke uitkomsten van een experiment, in dit geval de positie van een stipje op het scherm. Het is dus niet te voorspellen waar een enkel deeltje terecht komt, maar als je maar genoeg deeltjes gebruikt wordt het patroon duidelijk.

De wiskunde van de quantum-mechanica geeft ons echter geen echte antwoorden op de bovenstaande vragen - we kunnen het wel berekenen, maar daarmee begrijpen we het nog niet echt. We willen graag weten hoe we dit moeten interpreteren, hoe we het een verhaal moeten geven waarmee het wel kunnen begrijpen.

Er zijn vele verschillende interpretaties. Eén van de meest gangbare is de zgn. Kopenhagen-interpretatie. Het idee is dat het foton geen vastgestelde positie heeft zolang het onderweg is, maar is als het ware uitgesmeerd over de hele waarschijnlijkheid-golf. Op deze manier kan het foton door beide spleten tegelijk en kan interferentie plaatsvinden. Pas als de foton bij het scherm komt, moet er een keuze gemaakt worden: het foton kan alleen maar één stipje maken. Volgens de Kopenhagen-interpretatie klapt dan de golffunctie ineen en wordt dan de positie van het foton aan de hand van de kansverdeling gekozen.

Zoals gezegd, dit is slechts een interpretatie, simpel gezegd een verhaaltje om de wiskunde wat mee aan te kleden, of om ons een beetje een beeld te geven. We weten namelijk niet wat er echt tussen laser en scherm gebeurt, want zodra we dat proberen te ontdekken, verandert het experiment. Dit is een ander belangrijk principe in de quantum-mechanica: een waarneming kan de uitkomst veranderen.

We kunnen bijvoorbeeld een detector plaatsen achter één van de spleten, om te ontdekken of het foton door de ene of de andere spleet gegaan is. Je zou dan misschien verwachten dat het foton tegen de tijd dat het bij de detector komt al door beide spleten gegaan is en dus gewoon een interferentiepatroon veroorzaakt. In werkelijkheid verdwijnt echter het interferentiepatroon. Een mogelijke interpretatie is dat als we weten door welke spleet het foton gegaan is, het dus niet door alle twee tegelijk gegaan kan zijn. Dus treedt er ook geen interferentie op. Een andere interpretatie is dat een deel van de golffunctie al bij de detector eindigt en dus niet meedoet in de interferentie.

En hier komen we eindelijk bij de quantum-mystiek. We weten niet wat het foton precies doet tussen de laser en het scherm. We kunnen dat ook niet weten, want zodra we proberen ergens anders te kijken verandert het experiment en krijgen we andere uitkomsten. Dit betekent dat quantum-mechanica de opening is waar velen naar gezocht hebben om hun favoriete verschijnsel in te duwen. Zo kun je beweren dat telepathie op quantum-effecten berust en dat zodra je het bestudeert, het verschijnsel verdwijnt. Het klinkt heel plausibel: het geeft een wetenschappelijk klinkende verklaring voor telepathie en het verklaart meteen waarom de wetenschap nooit overtuigend bewijs van telepathie heeft kunnen vinden.

Jammer dat ze er nooit bij zeggen op welk quantum-verschijnsel telepathie gebaseerd zou moeten zijn, of op welke manier we het quantum-effect zouden verstoren bij onze waarneming.

Sommigen gaan echter nog verder. Volgens sommigen is het niet zozeer wat je meet dat het resultaat beïnvloedt, maar bewustzijn zelf: pas als een bewuste geest de waarneming gedaan heeft, klapt de golffunctie pas écht ineen. Je begrijpt dat dit idee helemaal koren op de molen is van degenen die een verklaring zoeken voor hun favoriete onderwerp. Telepathie is ook hier een goed voorbeeld. Hier komt ook het idee vandaan dat je puur door iets maar graag genoeg te willen de werkelijkheid kunt veranderen. Sterker nog, sommigen beweren dat God de ultieme observator zou zijn, die ervoor verantwoordelijk is dat de gecombineerde golffunctie van het heelal op de door hem gewenste manier ineen klapt. Zonder dat je het ooit zou kunnen bewijzen, natuurlijk.

Slechts weinigen zullen echter toegeven dat dit allemaal maar speculatie is, geen wetenschap. Meestal wordt een en ander met volle overtuiging uitgesproken, alsof het allemaal wetenschappelijk vast staat. Ik vraag me af hoeveel zich bewust zijn van het feit dat het ineenstorten van de golffunctie geen bewezen wetenschap is, maar onderdeel van een interpretatie. Dit terwijl er verschillende interpretaties bestaan die helemaal geen ineenstorting van de golffunctie erkennen. Een populair alternatief is bijvoorbeeld de veel-werelden interpretatie, waarbij elke mogelijke uitkomst voorkomt in een serie van alternatieve werelden (deze is dan weer populair bij Science-Fiction auteurs). Een ander is het idee dat het deeltje niet is uitgesmeerd, maar gewoon een baan heeft, die dan weer wel wordt bepaald door de golffunctie. Het deeltje heeft daarbij voor ons verborgen eigenschappen, die bepalen welk van de mogelijke posities het inneemt in bijvoorbeeld een interferentie-patroon. Een voorbeeld hiervan is de interpretatie van Bohm.

Het is belangrijk om te begrijpen dat al deze interpretaties wiskundig allemaal op hetzelfde neerkomen. Ook komen ze allemaal overeen met wat we zien in experimenten. We hebben nog geen manier bedacht om te testen welke van de interpretaties we moeten kiezen (al wordt daar wel aan gewerkt). Volgens sommigen zouden we het dan ook voorlopig moeten houden bij de "shut up and calculate"-interpretatie, oftewel: kop dicht en rekenen. Daarvan weten we tenminste dat het werkt.

Dus als iemand je weer eens probeert te overtuigen dat hun favoriete verschijnsel gebaseerd is op quantum-effecten, wees je er dan van bewust dat quantum-effecten de ideale manier zijn om je idee een wetenschappelijk sausje te geven, zonder een groot risico te lopen dat iemand doorheeft dat het helemaal geen wetenschap is.



* Ik weet dat "Quantum" tegenwoordig eigenlijk als "Kwantum" gespeld moet worden, maar ik weiger koppig daaraan mee te doen. Hadden de taalkundigen maar moeten overleggen met de natuurkundigen.

dinsdag 2 juni 2009

Wat is er mis met wetenschap?

Kennelijk ontbreekt er iets aan de wetenschap. Althans, dat is wat velen zeggen. Wetenschap biedt immers geen plaats aan homeopathie, handoplegging, astrologie, goden die zich met het dagelijks leven bemoeien, en nog vele andere paranormale en bovennatuurlijke zaken waar mensen graag in willen geloven. Waarom kan wetenschap niet gewoon open staan voor de mogelijkheid dat er meer is tussen hemel en aarde?

Het klinkt als een redelijke vraag. Waarom zou wetenschap al deze zaken bij voorbaat afwijzen, alleen maar omdat er wat bovennatuurlijke krachten bij betrokken zijn?

Zoals meestal ligt het toch wat ingewikkelder. De vraag hangt namelijk af van de aanname dat de wetenschap paranormale of bovennatuurlijke verschijnselen klakkeloos afwijst. Laten we die aanname dan eerst eens goed bekijken.

Wetenschap probeert een verklaring te vinden voor verschijnselen. Deze verklaringen worden dan weer getoetst aan experimenten en andere waarnemingen. Maar er zijn uiteraard vele mogelijke verklaringen, dus de wetenschap probeert de simpelste verklaring te vinden die klopt met de waarnemingen. Eén van de vuistregels is dat een verklaring zo min mogelijk ongefundeerde aannames moet hebben. Een plausibele verklaring die alleen gebruik maakt van reeds bekende verschijnselen heeft dus doorgaans de voorkeur boven een verklaring waarvoor onbekende krachten nodig zijn.

Je zou dus kunnen zeggen dat wetenschap inderdaad bovennatuurlijke krachten afwijst, want bovennatuurlijke krachten zijn immers per definitie onbekend aan de wetenschap. Maar daarmee ga je voorbij aan het feit dat de wetenschap in het verleden vaker onbekende krachten heeft bedacht om verschijnselen te verklaren, verschijnselen die niet te begrijpen waren met de tot dan toe bekende krachten. Denk dan bijvoorbeeld aan de zwakke en sterke kernkracht, die pas bedacht werden toen de sub-atomaire fysica resultaten opleverde die niet klopten met wat we tot dan toe wisten. Een recenter voorbeeld is donkere energie, waarvan we nog steeds niet precies weten wat het is en hoe het werkt, maar we hadden nou eenmaal een naam nodig voor wat het dan ook is wat de uitdijing van het heelal versnelt. Dus het introduceren van een nieuwe kracht is niet iets wat de wetenschap graag doet, maar soms kom je gewoon niet verder met wat je al had.

Dus er is helemaal geen reden dat de wetenschap niet ook een nieuwe kracht zou kunnen introduceren om een willekeurig paranormaal of bovennatuurlijk verschijnsel te verklaren.

Wat is dan het probleem? Waarom doet de wetenschap dit dan niet voor zaken als homeopathie, acupunctuur en mediums?

Omdat de wetenschap er nog steeds niet van overtuigd is dat deze verschijnselen wel echt optreden. En niet eens omdat de wetenschap het vertikt ernaar te kijken. Er zijn vele onderzoeken gedaan. De resultaten zijn echter doorgaans nogal zwak. Sterker nog, hoe strakker de studies geleid worden, hoe minder imposant de verschijnselen lijken te zijn. Het is veel waarschijnlijker dat er hier sprake is van mensen die zichzelf voor de gek houden - iets wat heel makkelijk is, zoals de wetenschap al wél heeft kunnen aantonen.

Ongetwijfeld zijn er mensen die dit lezen en direct de neiging krijgen om me allerlei artikelen te sturen van wetenschappers die het niet met me eens zijn. Bespaar je de moeite. Geloof me: ik weet dat die wetenschappers bestaan. Feit blijft dat het grootste deel van de wetenschap nog niet overtuigd is. En voordat je nieuwe krachten gaat introduceren, moet je toch eerst behoorlijk zeker weten dat dat ook echt noodzakelijk is.

Daar komt nog bij dat zelfs de mensen die wél geloven dat paranormale verschijnselen echt plaatsvinden het niet eens kunnen worden over hóe ze dan zouden moeten werken. De sterke kernkracht werd gevonden omdat iedereen het erover eens was dat iets moest zijn dat de kernen van atomen bij elkaar hield, tegen het afstotende effect van hun elektrische lading in. Ze wisten dus waar ze naar zochten. Voor de meeste paranormale verschijnselen, aan de andere kant, hebben echter zelfs degenen die erin geloven nog geen idee waar ze moeten beginnen met zoeken. De paranormale wetenschap wil maar niet van de grond komen.

De verklaring die je vaak hoort voor dit gebrek aan wetenschappelijke voortgang? Dat de wetenschap nu eenmaal niet geschikt is voor het onderzoeken van bovennatuurlijke zaken. De wetenschap bestudeert immers alleen natuurlijke oorzaken. Kennelijk bedoelen sommige mensen met "bovennatuurlijk" meer dan alleen "tot nog toe onbekend aan de wetenschap", zoals ik het tot nu toe stilzwijgen gebruikt heb. Kennelijk bedoelen ze echter eerder iets wat altijd buiten bereik van de wetenschap zal blijven, omdat het helemaal buiten de natuur staat.

Dus alweer mankeert er iets aan de wetenschap. Het ligt aan de wetenschap dat er geen bewijs gevonden wordt voor bovennatuurlijke verschijnselen.

Maar zijn verschijnselen als homeopathie, acupunctuur, telepathie, remote sensing, enzovoort, als ze echt bestaan, nou echt zo bovennatuurlijk, in de zin dat ze compleet buiten de natuur staan?

Natuurlijk niet. Al deze processen hebben uiteindelijk een wisselwerking met de natuurlijke wereld. Hoe zou dat ook anders kunnen? Alternatieve geneeswijzen worden bijvoorbeeld uitgevoerd door mensen. Uiteindelijk moeten ze ook een natuurlijk menselijk lichaam beïnvloeden. Dus als deze methoden echt werken, dan hebben de mechanismen die erbij betrokken zijn interactie met de natuurlijke wereld. Daarmee vallen ze dus toch minstens voor een deel binnen het werkgebied van de wetenschap. Er is verder ook geen reden om aan te nemen dat de wetenschap het spoor van zo'n mechanisme niet zou kunnen volgen, vanuit het bekende terrein naar het onbekende terrein.

Dus de wetenschap is helemaal niet ongeschikt voor het onderzoeken van paranormale of zelfs bovennatuurlijke verschijnselen. De argumenten van mensen die beweren van wel houden geen stand. Het is veel waarschijnlijker gewoon een smoes om niet te hoeven toegeven dat het bewijs voor een bepaald verschijnsel uiterst zwak is.

dinsdag 12 mei 2009

Daar gaat ons onderwijs

In een vraaggesprek met nu.nl pleit ChristenUnie fractieleider Slob voor het onderwijzen van het scheppingsverhaal in ons onderwijs:
“Alsof er geen andere theorieën en ideeën bestaan. Er zijn meer opvattingen over het begin van deze aarde dan alleen maar die ene die nu toevallig zwart op wit in de lesboeken wordt afgedrukt", aldus Slob.

Hij heeft helemaal gelijk. Er bestaan vele theorieën en ideeën. Genesis 1 bijvoorbeeld. Of Genesis 2. Of de scheppingsverhalen uit de Hindoeïstische Veda's. Of van de oude Grieken, de oude Egyptenaren, de oude Noren, Perzen, Aboriginals, Inuit, Inka's en nog vele, vele meer.

Maar geen van deze verhalen is ook maar in de verste verte gelijkwaardig aan wat er "toevallig" in de schoolboeken staat: evolutie. Voor geen van die andere ideeën is ook maar het geringste bewijs. Geen ervan is het resultaat van anderhalve eeuw aan wetenschap.

Slob zegt ook:
“Ik vind het belangrijk dat kinderen breed weten wat er aan opvattingen leeft”, aldus het Kamerlid.

Maar Slob wil helemaal niet dat kinderen al deze ideeën onderwezen worden. Hij wil alleen dat zijn eigen geloof meer erkenning krijgt en gezien wordt als equivalent aan de wetenschappelijke opinie. Ik ben dit soort dingen wel gewend van Amerikaanse politici, maar ik hoopte dat de Nederlandse politici wel beter zouden weten dan met dit soort voorstellen te komen.

DutchSkeptic stelde voor een beleefd en redelijk mailtje te sturen, dus heb ik het onderstaande gestuurd:

Geachte heer Slob,

ik las van uw interview op nu.nl en ik vind dat u groot gelijk heeft over het onderwijzen van het scheppingsverhaal. Het is hoog tijd dat iemand dit durft te zeggen. Eindelijk iemand die begrijpt dat het belangrijk is dat kinderen ook te horen krijgen dat de wereld geschapen is door het Vliegende Spaghetti Monster. Het is belangrijk dat ze weten dat er meer is dan die saaie, degelijke wetenschap, met zijn nadruk op empirisch bewijs en onafhankelijke bevestiging. We weten immers allemaal dat de wetenschap misleid is door het valse bewijs dat het Vliegende Spaghetti Monster geplaatst heeft. Met uw steun kunnen we iedereen eindelijk de waarheid vertellen, zodat de kinderen daarna zelf kunnen beslissen wat echt waar is. Dank u wel,

Moge Zijn Sauzige Sliert u aanraken,

met vriendelijke groet,

Deen
http://denkeensechtna.blogspot.com

Volgens mij betoon ik precies het respect dat verschuldigd is voor zo'n voorstel. Mocht ik antwoord krijgen, wat ik niet echt verwacht, dan voeg ik het hier toe.

zondag 12 april 2009

De mens als kroon op de schepping

Na de morele gevolgen van evolutie wil ik het over een ander gevolg van evolutie hebben dat tot conflicten met religie leidt: de heroverweging van de mens als kroon op de schepping.

Lange tijd werd de mens gezien als de kroon op de schepping. In de Bijbel is het immers duidelijk dat de mens afzonderlijk van de andere dieren geschapen is en een speciale plaats kreeg toebedeeld in de wereld.

Evolutie leidt echter tot een totaal ander beeld: de mens staat niet apart van het dierenrijk, maar maakt daar gewoon deel van uit. We delen een gemeenschappelijke voorouder met de chimpansees, niet meer dan zo'n 5 tot 7 miljoen jaar geleden. Veel van wat we voorheen als typisch menselijk zagen treffen we ook in zekere mate bij chimpansees aan: emoties, gebruik van gereedschappen en zelfbewustzijn.

Toch is het ook voor aanhangers van evolutie blijkbaar moeilijk om het beeld van de mens als kroon op de schepping op te geven. De afbeelding rechts is een goed voorbeeld. Voor veel mensen is dit hét beeld dat ze bij evolutie krijgen: een lineaire progressie van aap tot mens. Zo wordt evolutie dan ook vaak onderwezen, als een lineaire progressie van primitief ééncellig leven, via meercellig leven, gewervelde dieren, vissen, amfibieën, reptielen, zoogdieren, en apen, tot je uiteindelijk bij de mens uitkomt.

Het is vrij begrijpelijk om de mens centraal te zetten wanneer je naar evolutie kijkt. Uiteindelijk willen we graag weten waar we zelf vandaan komen. Ook is het begrijpelijk dat we onszelf uiterst speciaal vinden. Het schetst echter wel een beeld alsof de mens het ultieme resultaat van evolutie is.

Helaas werkt evolutie zo niet. Het pad dat tot aan de mens geleid heeft zit vol kronkels, maar misschien nog belangrijker, zit ook vol aftakkingen. Het loont de moeite ook eens naar wat van die aftakkingen te kijken. De gedachte dat de mens de kroon op de schepping is wordt dan een stuk moeilijker vol te houden.

Om maar eens wat te noemen, mensen zijn niet bijster snel. Een beetje viervoeter van formaat loopt ons er zo uit. Mensen zijn ook niet bijzonder sterk. Een wedstrijdje armpje drukken met een veel kleinere chimpansee verlies je gegarandeerd. De menselijke zintuigen zijn ook al niet bijster goed ontwikkeld. Vergelijk ons zicht maar eens met dat van een kat, of dat van een roofvogel, ons reukvermogen met dat van een hond, of ons gehoor met dat van een uil. En ten slotte is een groot deel van de leefruimte op aarde voor ons afgesloten, waar andere levensvormen wel kunnen komen. Vogels beheersen het luchtruim en vissen de oceanen. Goed, we zijn beter in communicatie, samenwerken en plannen maken dan andere dieren, maar om daardoor dan maar meteen de titel "kroon op de schepping" op te eisen? Intelligentie is slechts één van de vele paden van specialisatie die geprobeerd zijn in de natuur. We moeten nog maar afwachten of dit pad wel zo succesvol zal blijken te zijn op de lange termijn. Haaien houden het bijvoorbeeld al heel wat langer uit dan de mens. Om over het succes van insecten nog maar te zwijgen.

Hier zit dan ook het conflict tussen evolutie en theïstische evolutie. Theïstische evolutie is het idee dat God de hand heeft gehad in evolutie, ofwel door het in gang te zetten, ofwel door het steeds bij te sturen, met de bedoeling om de mens te scheppen. Misschien is "conflict" hier een wat te sterk woord, want dit idee is niet direct in tegenspraak met de wetenschap, zolang als we tenminste aannemen dat God zijn inmenging goed voor ons verborgen houdt. Maar er is ook weer geen echte reden om God in evolutie in te voegen.

Tenzij je natuurlijk gelooft dat de mens de wél kroon op de schepping is, het voorbestemde eindpunt van evolutie. Dat is de enige reden om God op deze manier in te voegen in de theorie van evolutie.

Sommigen vinden theïstische evolutie een duidelijk voorbeeld dat geloof en wetenschap harmonieus kunnen samengaan. Toch zie ik dit juist als een voorbeeld van de wrijving tussen geloof en wetenschap. Theologisch gezien is theïstische evolutie misschien wel een logisch idee: het past binnen de huidige wetenschappelijke kennis en je kunt toch nog geloven dat God de mens naar zijn beeld geschapen heeft. Maar vanaf de andere kant bekeken, ziet het er toch wat minder harmonieus uit: wetenschappelijk bezien is theïstische evolutie namelijk compleet nutteloos. Het voegt enkel een onnodige en onbewezen aanname toe ("de mens is de kroon op de schepping") en geeft daar dan een onbewijsbare verklaring voor ("God stuurde de evolutie"). Als je dit "harmonie" noemt, bekijk je de relatie wel heel erg van één kant.

Meer over moraliteit en evolutie

Kort na mijn bericht over de morele gevolgen van evolutie kwam ik een artikel met de titel The end of philosophy tegen, geschreven door ene David Brooks. Het is niet bepaald een goed artikel, zoals we zullen zien, maar het is misschien een goede springplank om de discussie over moraliteit en evolutie voort te zetten.

De meeste mensen hebben een redelijk goed ontwikkeld gevoel voor moraal. De meeste mensen hoef je niet uit te leggen dat moorden slecht is. Zelfs als er geen wet tegen was geweest, zouden ze nog geen moord plegen. Wetenschappelijk onderzoek uit de psychologie en de sociologie wijzen zelfs uit dat we in de praktijk primair vertrouwen op dit gevoel voor goed en kwaad. In de meeste gevallen volgt rationeel nadenken pas achteraf. Maar waar komt dit gevoel voor goed en kwaad dan vandaan?

Niet uit de Bijbel, dat lijkt wel zeker. Neem bijvoorbeeld kindermishandeling. Volgens de tien geboden moet ook een kind dat mishandeld is hun ouders eren. Dit gaat compleet tegen ons gevoel voor moraal in. En terwijl wij mishandeling van weerloze kinderen door de mensen aan wiens zorg ze zijn toevertrouwd als één van de laagste misdaden beschouwen, is er echter geen gebod tegen kindermishandeling. Dit is slechts één voorbeeld, er zijn er vele. Uiteraard staat er ook veel in de Bijbel dat wel overeenkomt met ons gevoel voor moraal, anders was het boek nooit door velen gezien als een leidraad voor hun leven.

Een ander idee is dat dit morele besef geëvolueerd is, een idee dat al door Darwin geopperd werd. In mijn vorige bericht had ik al betoogd dat empathie en samenhorigheidsgevoel gunstige eigenschappen zijn voor een sociale soort als de mens. Het is goed mogelijk dat evolutie voor deze eigenschappen geselecteerd heeft. Maar het is duidelijk dat moreel besef ook een grote culturele component heeft - niet overal gelden dezelfde normen en waarden. Ook hier zou je kunnen spreken over een zekere evolutie, die niet genetisch maar cultureel van aard is. Culturen waarin de normen en waarden geen stabiliserende werking hebben zullen niet lang in stand blijven.

Uiteraard is dit soort morele evolutie allemaal nog lang niet zo goed onderbouwd als biologische evolutie. Normen en waarden fossiliseren immers niet. Toch is er veel steun voor dit idee binnen de wetenschap. Zo verklaart het waarom er variatie is in normen en waarden, maar ook waarom bepaalde sociale regels nagenoeg universeel zijn, zoals regels tegen diefstal en moord. Het verklaart ook waarom regels over gedrag binnen de groep vaak een stuk humaner zijn dan regels over gedrag tegen andere groepen: agressie binnen de groep is nadelig voor de groep, maar agressie tegen andere groepen kan de groep voordeel opleveren. Zo keurt bijvoorbeeld de Islam geweld af, maar wordt kennelijk een uitzondering gemaakt voor ongelovigen.

Terug naar David Brooks. Hij accepteert in zijn artikel duidelijk de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, die zeggen dat mensen voornamelijk hun evolutionair ontwikkeld gevoel gebruiken bij het nemen van morele beslissingen. In tegenstelling tot de mensen die denken dat evolutie tot onacceptabele normen en waarden leidt, denkt Brooks duidelijk dat evolutie tot redelijk goede normen en waarden leidt.

Hij maakt echter een grote fout wanneer hij zegt dat dat het einde van de filosofie zou betekenen, of het einde van rationeel nadenken over morele vraagstukken.

Gek genoeg maakt hij daarbij dezelfde denkfout als de mensen die evolutie verwerpen omdat ze denken dat evolutie het "recht van de sterkste" is: ook Brooks verwart is met zou moeten zijn.

Het feit dat we voornamelijk ons gevoel gebruiken voor morele vraagstukken en niet ons verstand, wil nog niet zeggen dat dat een goede zaak is. Het wil niet zeggen dat de gevoelsmatig genomen beslissingen ook echt moreel rechtvaardig waren. Als ons gevoel het altijd bij het rechte eind had, hadden we bijvoorbeeld helemaal geen wetenschap nodig.

We gebruiken vaak ons gevoel omdat we in de praktijk vaak geen tijd hebben om lang na te denken over een beslissing. Wanneer er echter wel tijd genoeg is, is het een goede zaak wel degelijk aandachtig na te denken over de mogelijke gevolgen van een beslissing. Ook kunnen we door kritisch na te denken (zowel vooraf of achteraf) besluiten onze gevoelens in een andere richting te ontwikkelen, zodat ons gevoel hopelijk volgende keer tot een betere beslissing zal leiden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat we moreel verplicht zijn regelmatig ons morele gevoel eens kritisch te bekijken.

Ter afsluiting nog een laatste reden waarom het artikel van Brooks niet echt geweldig is. Nadat hij beschreven heeft wat de wetenschap ontdekt heeft over hoe we moraliteit gebruiken in het dagelijkse leven, waar sluit hij zijn artikel mee af? Dat deze feiten een nieuwe uitdaging zouden moeten vormen voor de wetenschappers. Volgens mij weten ze dat al - waren die feiten niet van dezelfde wetenschap afkomstig?

zondag 15 maart 2009

Beroep op kansrekening

Een veelgehoord argument tegen evolutie heeft ongeveer de volgende vorm: "De kans dat een bepaald eiwit/DNA/een bacterie zich vanzelf vormt is extreem klein, dus evolutie kan niet waar zijn." Dit beroep op kansrekening is het onderwerp van dit artikel.

Eigenlijk heeft het ontstaan van het eerste leven weinig met evolutie te maken, want evolutie is een verklaring voor de diversiteit en complexiteit van het leven, niet van het ontstaan ervan. Zelfs als het allereerste leven door een god geschapen is, dan nog kan evolutie waar zijn, dus dit beroep op kansrekening zegt niets over evolutie. Zoals ik hier ook al zei is het ontstaan van leven het terrein van abiogenese.

Ik vermoed dat de verwarring ontstaan is doordat evolutie door velen gezien wordt als "het wetenschappelijke scheppingsverhaal", als tegenhanger van het Christelijke scheppingsverhaal. Abiogenese hoort dus ook bij dat "wetenschappelijke scheppingsverhaal". Dus laten we eens kijken of dit beroep op kansrekening ook enig gewicht in de schaal legt tegenover het huidige wetenschappelijke begrip van abiogenese.

Het argument gaat meestal ongeveer als volgt: gegeven een verzameling aminozuren, wat is de kans dat ze allemaal tegelijkertijd samenkomen op precies die manier dat ze een bepaald eiwit (of DNA, of zelfs een bacterie) vormen? Dat hangt natuurlijk af van op hoeveel manieren je die atomen kan rangschikken. Meestal worden daar schattingen voor gegeven en worden daar dan weer kansen uitgerekend. De precieze waarden maken niet zoveel uit, de conclusie is altijd dat de kans uiterst klein is en daarom is het onmogelijk dat het zo gegaan is.

Daar ben ik het mee eens. Ik heb er zelfs totaal geen problemen mee om dat toe te geven, want de wetenschap beweert ook helemaal niet dat het wél zo gegaan is.

In plaats daarvan denken wetenschappers die zich met abiogenese bezighouden dat de ontwikkeling van simpele aminozuren tot primitieve cellen zich stapsgewijs heeft voltrokken. De kansrekening van elk klein stapje kon wel eens heel anders zijn, waarmee de kansberekening voor de hele ontwikkeling ook heel anders kan uitpakken.

Laat ik het principe uitleggen aan de hand van iets wat we allemaal kennen: galgje. Om het makkelijker te maken voor de kansrekening (maar moeilijker voor de speler) doen we "galgje voor gevorderden" en gebruiken we de regel dat je elke letter apart moet raden. Dus als een woord twee keer een 'A' heeft, moet je ook twee keer een 'A' raden. In dit voorbeeld gaan we een woord van 10 letters raden.

Met 10 letters hebben we 2610 verschillende mogelijke combinaties. Dat zijn meer dan 141 triljoen mogelijkheden! Dat betekent dat als ik willekeurig 10 letters neem, dat ik een kans van 1 op 141 triljoen heb om het goed te raden. Ik zou het natuurlijk bij de eerste gok al goed kunnen hebben, maar dat is niet echt waarschijnlijk. Als ik elke tien seconden willekeurig een combinatie van 10 letters kies, dan verwacht ik dat het me een kleine 45 miljoen jaar kost om het juiste antwoord te vinden. Dus kan ik het woord nooit raden.

Maar je voelt natuurlijk al aan dat dat niet klopt. Dit is een stukje kansrekening dat geen enkele rekening houdt met de regels van galgje: ik hoef niet alle 10 letters tegelijk te raden, maar mag letter voor letter raden. Elke letter die ik correct raad blijft staan. Ik hoef dus niet steeds opnieuw te beginnen. Zelfs als ik compleet willekeurig letters raad, kan ik verwachten het woord te raden in 10×26 pogingen, in plaats van 2610 pogingen. Dat is beduidend minder! En dan heb ik nog niet eens gebruik gemaakt van het feit dat de meeste van de 2610 combinaties geen zinnige woorden vormen, of dat bepaalde letters of combinaties vaker voorkomen dan andere, waarmee ik makkelijker letters kan raden als ik er al een paar goed heb. Het zou me verbazen als het me niet zou lukken binnen een paar minuten elk willekeurig woord van 10 letters te raden.

Wat heeft dit met de kansrekening zoals die is toegepast op abiogenese te maken? Net als in het voorbeeld van "galgje voor gevorderden" geldt dat er voor abiogenese heel andere resultaten uitkomen als je eenmaal rekening houdt met de regels van het spel. De regels van de chemie bepalen welke combinaties van atomen en aminozuren zinnig zijn. Ook is geen enkele reden om aan te nemen dat moleculen in één enkele reactie gevormd worden. Het is veel waarschijnlijker dat complexe moleculen ontstaan uit een hele serie van chemische reacties. Elk tussenstadium is vergelijkbaar met een letter in galgje die blijft staan als je hem eenmaal geraden hebt. Het aantal pogingen dat nodig is om een serie reacties te laten verlopen is dan een stuk kleiner, want je hoeft niet steeds opnieuw te beginnen.

Uiteraard kennen we nog lang niet alle regels van het spel. De hoeveelheden mogelijke eiwitten en reacties zijn onvoorstelbaar hoog en we ontdekken er nog steeds meer bij. Toch is het nu al duidelijk dat de kansrekening op veel grotere kansen uit zal komen dan tegenstanders van evolutie/abiogenese ons willen doen geloven.

Zelfs dan nog kan de kans dat een bepaalde serie van reacties plaatsvindt zeer klein zijn. Dit betekent dat je dus nog steeds veel pogingen verwacht nodig te hebben om een bepaald eindresultaat te produceren. Maar hieruit kun je nog steeds niet afleiden of het mogelijk is of niet dat een bepaalde serie van reacties heeft plaatsgevonden. Daarvoor moet je ook kijken hoeveel pogingen je tot je beschikking had.

Daarbij moet je niet vergeten dat er vele pogingen tegelijk plaatsvinden. Er bestaan immers van elk soort molecuul vele exemplaren op aarde, biljoenen en biljoenen. Daarnaast had het leven ook miljarden jaren de tijd om te proberen de juiste reacties te vinden. Met al die moleculen, gedurende al die tijd, is het misschien zelfs onvermijdelijk dat er uiteindelijk bepaalde series van reacties optreden en er bepaalde moleculen ontstaan.

En daarom is het beroep op kansrekening een kansloos argument tegen abiogenese. De kansberekening zelf houdt geen rekening met de regels van de chemie en komt dus op een compleet verkeerd getal uit. Daarnaast garandeert het enorme aantal moleculen en de uiterst lange tijd dat de aarde bestaat dat zelfs uiterst kleine kansen met bijna zekerheid een keer vervuld worden.

zaterdag 14 maart 2009

De verlokking van complottheorieën

Na mijn bericht over de falsifieerbaarheid van de evolutie wilde ik het eens over complottheorieën hebben. Er bestaan er vele, maar ik noem er slechts een paar:

Wat hebben deze theorieën met elkaar gemeen? In alle gevallen is er sprake van verregaand bedrog, dat tot nu toe goed geheim gehouden is, op een paar vage aanwijzingen na. In alle gevallen zijn de verdachten groepen die toch al niet vertrouwd worden, zoals de Amerikaanse regering, Joden, of atheïsten.

En in alle gevallen zijn ze compleet onfalsifieerbaar.

Ik zou zelfs willen zeggen dat complottheorieën het schoolvoorbeeld zijn van onfalsifieerbare theorieën. Alles wat je aanvoert om een complottheorie te ontkrachten kan immers afkomstig zijn van iemand die bij het complot betrokken is. En als hij niet direct bij het complot betrokken is, dan is hij toch zeker onder de invloed van het complot, of is hij op zijn allerminst simpelweg in het bedrog gestonken. Als zelfs dat niet werkt, dan kun je altijd nog zeggen dat je niet kan bewijzen dat er geen complot is. Je kunt immers niet bewijzen dat iets er niet is, je kunt nou eenmaal niet overal kijken.

Het bewijsmateriaal dat wordt gepresenteerd om een complottheorie te ondersteunen is doorgaans vrij dubieus van aard. Veel bewijs blijkt in de vorm van negatief bewijs te zijn: een fout in een officiële verklaring (zelfs als deze later recht gezet is), of een klein feit wat zich niet makkelijk laat verklaren, of een feit wat om een andere reden nooit duidelijk is geworden. Hele lijsten van dit soort "bewijs" worden er verzameld, alleen maar om aan te tonen dat het "officiële" verhaal niet klopt. Zelden zul je bewijs krijgen die aantoont wat er dan wél gebeurd is. En als je dat al krijgt gaat het meestal om vage foto's, niet te controleren verklaringen, of verklaringen die elkaar regelrecht tegenspreken.

Waarom geloven dan toch zoveel mensen in complottheorieën? Soms kan een complottheorie emotioneel beter aanvaardbaar zijn dan de waarheid. Bijvoorbeeld, voor veel sympathisanten met de Nazi-ideologie is het moeilijk te verteren dat de Nazi's in de tweede wereldoorlog systematisch miljoenen mensen de dood in gejaagd hebben. Het is veel prettiger voor hun om te geloven dat het gewoon een propaganda-praatje is van de "Zionisten". Of het was gewoon te moeilijk om te bevatten dat een zootje ongeregeld uit Afghanistan toch zo gecoördineerd waren dat ze twee airliners het WTC binnen konden vliegen.

En soms is een complottheorie gewoon veel leuker dan de werkelijkheid. Buitenaardse wezens zijn toch veel spannender dan een experimentele militaire ballon?

Maar als je met aanhangers van complottheorieën in discussie gaat, kan een ander aspect je eigenlijk ook niet ontgaan: de aanhangers beschouwen zich stuk voor stuk als sceptici, maar vooral als mensen die niet voor de gek gehouden kunnen worden. Zij zijn immers in staat om door het bedrog heen te kijken en de waarheid te zien: het is een complot. Door deze ego-boost komt het blijkbaar niet bij ze op dat juist de gedachte dat zij immuun zijn voor bedrog ervoor zorgt dat ze in het bedrog van een complottheorie terecht zijn gekomen en deze ook niet meer los kunnen laten.

Aanhangers van complottheorieën zijn echter geen echte sceptici, maar pseudo-sceptici. Een echte scepticus zou doorhebben dat een complottheorie niet falsifieerbaar is en daarom niet de moeite waard om er veel geloof in te hechten.

Uiteraard zou het kunnen dat één of meer van de bovengenoemde complotten toch waar is. Per slot van rekening zijn er in het verleden ook echte complotten gevonden. Dus misschien worden we in het geheim al door de illuminati geregeerd. Misschien dat onze gedachten al gelezen kunnen worden, of op afstand gemanipuleerd. Maar tot er concreet bewijs is, laat ik de aluminium hoedjes voorlopig even links liggen, als je het niet erg vindt.